Een onfortuinlijk verlies voor de een en een stroeve overwinning voor de ander heeft er in de vijfde ronde van het BDO Chess Tournament 2008 voor gezorgd dat Ruud Janssen zijn koppositie heeft moeten afstaan aan de Russische titelfavoriet Vladimir Burmakin. Net als Janssen raakten ook de twee leiders van het Challenger Tournament hun maximumscore kwijt.
Janssen leek in zijn partij tegen Jeroen Willemze aanvankelijk voordeel te krijgen vanwege een betere pionnenstructuur, ontstaan na een snel ...Pe4 van zwart. Doordat wit lang rokeerde, kreeg zwart echter ook aanvalskansen, en na 19...b5! was Willemze reeds in het voordeel. Janssen nam (noodgedwongen) zijn toevlucht in een afwikkeling waarin hij twee torens tegen een dame overhield, maar de dame was oppermachtig. Bovendien liep na 29.Lf3? een van zijn torens in de val, waarna het pleit snel beslecht was.
Zhaoqin Peng had na afloop reden tot klagen over haar nederlaag tegen de nieuwe koploper, Burmakin. In de populaire Chebanenko-variant van het Slavisch bracht zij voor het eerst de zet 8.Ph4 in de praktijk. In Bologans Bijbel over deze variant wordt de stelling als gelijk beoordeeld na 8...Pxf5 9.Pxf5 Pg6, maar Peng verkoos 9.exf4, en kwam na zwarts reactie 9...e6 (vermoedelijk niet de beste) duidelijk in het voordeel op de damevleugel. Spijt als haren op haar hoofd kreeg Peng echter van 20.Tc2? 'Die toren moet gewoon op de onderste rij blijven, en mijn koning moet natuurlijk naar g2 hier', jammerde ze na afloop, begrijpelijkerwijs voor wie de rest van de partij naspeelt. Burmakin won met enkele krachtige zetten een belangrijke pion, maar zelfs het eindspel was volgens Peng nog niet verloren geweest als ze maar geen dames had geruild met 35.Db3? Nu won zwart belangrijke tempi en daarmee de partij.
De speler met na Burmakin de hoogste rating, de Canadese GM Kevin Spraggett, kwam in de vijfde ronde opnieuw tot winst. Tegen Jeffrey van Vliet kwam een obscure variant op het bord, waarin Spraggett echter onlangs een interessant idee kreeg toegespeeld van een bevriende correspondentieschaker. De finesse van 8.Df3!? ten faveure van het vaker gespeelde 8.Dd4 is dat wit nu Dg3 speelt in plaats van Dg4 om pion g7 aan te vallen, en dat de dame hier niet hinderlijk in de lijn van Lc8 staat. Zoals het ging kreeg Spraggett snel vrij spel op de verzwakkingen in de zwarte koningsstelling. Uiteindelijk miste hij in de diagramstelling nog het fraaie mat via 30.Tf8+!! Txf8 31.f7+ Txf7 32.Dg8+ en mat in enkele zetten - maar ook het gespeelde 30.Te7+ Kd8 31.f7 was natuurlijk genoeg voor de winst.
Axel Rombaldoni en Stefan Kuipers brachten in een mum van tijd hun kennelijke voorbereiding op het bord. 18.c5 lijkt de eerste nieuwe zet, en direct ook een sterke. Wit kreeg een pion op c6 die een stuk gevaarlijker was dan de zwarte activiteit op de koningsvleugel, waar wit zijn zaakjes goed op orde had. De c-pion bracht nog voor de dertigste zet de beslissing.
De enige remise van vandaag in het hoofdtoernooi kwam op naam van Sebastian Siebrecht en Robert Ris. Siebrecht week met 16.Le3 af van een partij tussen Timman en Svidler uit 1999, waar 16.Lxe7 op het bord kwam. Het zwarte paard dat nu op het bord bleef, bezorgde Siebrecht de nodige hoofdbrekens, en na een zet of 25 deed de positie van de witte dame op a1 pijn aan de ogen. Met 33...Pc4 of 33...Lxf2+ had Ris eenvoudig kunnen winnen, en ook een zet later was het schijnoffer op f2 nog mogelijk. Pas echt mis ging het met 44...Dd1+?, waarna remise plotseling onvermijdelijk werd in verband met een hangend paard op c4.
In het Challenger Tournament vandaag een tamelijk Franse ronde: op maar liefst drie van de vijf borden kwam 1.e4 e6 op het bord. Erg succesvol was Ilias van der Lende daar niet mee. Eerst vermeed hij met 9...De7 de hoofdvariant, maar op bekend terrein kwam hij daarmee niet; met 11...g6? ging hij opzichtig in de fout en kon hij eigenlijk direct opgeven.
René Duchêne deed het beter: hij kwam tegen koploper Andrea Rombaldoni terecht in een variant die hij de avond tevoren op het bord had gehad, en dat was te merken. In een MacCutcheon werd lange tijd een partij Kasparov-Kortsjnoi uit 2000 gevolgd. Kasparov sleepte een halfje uit het vuur met 13.0-0, maar na het mindere 13.Ld2 van Rombaldoni stond Duchêne een zeer gezonde pion voor. Reële dreigingen tegen zijn koningsstelling waren er ook niet, en ook van de witte koningswandel was HWP's clubkampioen niet onder de indruk.
Otto Rubingh bediende zich vandaag ook van het Frans, en vroeg uw verslaggever ter plaatse vooral nog even naar de slotstelling te kijken, want hij had het gevoel dat er nog van alles in zat. En dat bleek ook wel. Al snel was duidelijk dat tegenstander Lathouwers de goden had verzocht met zijn laatste zet: 20.Pxg5?! in de diagramstelling - met dus een remiseaanbod. De heren analytici concludeerden dat wit na 20.Pd4 een uitstekende stelling had, maar dat na 20.Pxg5 Txg5 21.Dxg5 Tg8 de witte stelling toch wel rijp was voor de sloop. Later werd nog een verdere verbetering gevonden door eerst 20...d4 21.Lb4 en dan pas 21...Txg5 22.Dxg5 Tg8 te spelen, en wit is dan gedwongen zijn dame te geven op g8: 23.Dxg8 Pxg8 24.Lxf5 exf5 en wit mag nog enigszins hopen. U hebt het reeds begrepen: Rubingh accepteerde het remiseaanbod.
Ook remise werd het bij Overeem-Croese, waardoor Overeem nu alleen aan kop gaat. In een taaie manoeuvreerpartij leek zwart steeds een optisch plusje te hebben, maar het evenwicht werd nooit echt verbroken.
Dat gebeurde wel in de laatste partij van de dag. David Klein vloog Marco de Groot in een Pirc direct naar de keel en kreeg in ruil voor twee stukken en een toren, een paar pionnen en een veel actievere stelling. De zwarte loper op b7 was bijvoorbeeld lange tijd een figurant. Geduldig creëerde David nog wat extra verzwakkingen om uiteindelijk voor de 40e zet toe te slaan.






