Het belangrijkste duel in de de 4e ronde in het Premier Tournament was dat tussen koploper Dimitri Reinderman en collega GM Friso Nijboer. En een rare partij werd het. Allereerst dacht Friso een uur en 12 minuten na over zijn eerste 12 zetten in het Konings-Indische Vierpionnenspel, in een variant die misschien ongebruikelijk maar niet bijzonder ingewikkeld is. Dimitri speelde a tempo en volgde (onbewust?) een partij van Zhaoqin Peng uit 1990, zonder overigens tot voordeel te komen. De eerste nieuwe zet was van Friso (15...Dd7), het antwoord van Dimitri onmiddellijk een stevige blunder! Pionverlies, twee ply diep, misschien hoopgevend voor iedereen die geen GM is.
Friso speelt het goed uit, wint nog een pion en staat straal gewonnen, maar die tijd.... Hij bemerkt tot zijn schrik dat hij nog maar vier seconden heeft voor vijf zetten, en biedt remise aan dat wordt aangenomen! Reinderman ontsnapt, Nijboer eigenlijk ook.
In de overige vier partijen in deze groep valt slechts een enkele beslissing. Solleveld brengt Van Kampen om in een scherpe Rauzer die hij steeds goed onder controle lijkt te hebben. De jeugdige IM is blij als hij op de 18e zet a5-a4 kan spelen, maar had er in zijn voorbereiding geen rekening mee gehouden dat wit die pion gewoon zou kunnen slaan en verdedigen. Het is misschien niet esthetisch maar wel gewoon sterk.
Verder valt op dat de partij met het meest bizarre openingsspel (Steingrimmson – Mas) het eerst in remise eindigt. In de overige twee partijen blijven de meeste spanningen achter de schermen.
Dan de Challenger. Graag was ik dit verslag gestart met een nieuwe lofzang op de plaatselijke held Bart Gijswijt, maar helaas, tegen IM Flumbort vond hij vandaag zijn Waterloo. (Even terugkomend op zijn modelpartij van gisteren tegen IM Richter – volgens Bart was eenmaal ruilen op g4 op zet 25 niet goed, nu kon zwart op zet 28 met Pf3+ zelfs in het voordeel komen. Noodzakelijk was meteen 25.Ph4 gevolgd door Pf5 en de zwarte dame komt niet op h5, en wit blijft heel goed staan. Dit terzijde.)
Vandaag, met zwart in een Chebanenko Slav was andere koek. Je moet ervan houden, zo’n betonstelling met zwart. De Chinese super GM Wang Yue is wel de belangrijkste metselaar aan de zwarte kant. Zwart moet het hebben van b5-b4 op de damevleugel, of f7-f6 en e7-e5 in het centrum. En dat was de paradox van deze partij. Toen zwart op zet 17 tot deze bevrijdende opstoot kwam, stond hij binnen no-time verloren! Althans, volgens de zelfverzekerde witspeler, die met Pxd5 fraai het einde inluidde. Volgens Flumbort zou zwart niet f7-f6 maar f7-f5 moeten spelen om e3-e4 te verhinderen en de stelling gesloten houden. Zwart kan, na dichtschuiven op de damevleugel met b2-b4 en a5-a4, niets meer ondernemen, wit kan een winstpoging ondernemen met een stukoffer op a4. Aldus Flumbort.
Mijn Eenhoorn-clubgenoot Mark van Ojik herstelde zich van zijn slechte start en kwam op 50% door Strating met zwart te verslaan. De opening was voor wit – zoals gebruikelijk bij Mark – maar toen wit een toren op de tweede rij toeliet sloeg zwart genadeloos toe. Even voor de tijdcontrole blunderde Sybolt van schrik pardoes een volle toren weg.
Richter revancheerde zich tegen Rombaldoni terwijl De Jager tegen Stets een toreneindspel met pion minder remise kon houden, in een partij waarin de partijen om beurten over een pluspion beschikten.
Spectaculair was het treffen tussen de jarige De Haan en Ten Hagen. Vele zetten Grunfeld-theorie en een zwarte combinatie die wel spectaculair maar niet effectief was (beginnende met 25...Lxe5). Wit mocht beginnen met schaakjes geven en Fritz 10 geeft aan dat hij goede winstkansen had, bijvoorbeeld door met Kf2-g3-h2! zijn koning in veiligheid te brengen. Nu werd het na een serie schaakjes remise.
Woensdag ronde 5, komt alleen naar Het Pand in Haarlem!









