donderdag 05 november 2009, 22:04 uur
Max Merbis
@FH. IK speelde Te1 om het paard te verjagen, goedschiks of kwaaadschiks. Toen hij lang ging nadenken zag ik pas dat Db6+ en Dd4 mogelijk was. Ik had allang gezien dat de stelling draaide om het slaan op f7. Bij het berekenen van Txe5 duurde het even voor ik de interferentiezet Le6+ zag (omdat slaan met de loper of f7 met een zwarte dame nog op d8 tot heel andere varianten leidt). Na Dxf8 heb ik alles gezien. Ik keek naar een consoliderende zet (wit staat per slot van rekening een stuk voor), maar die ligt niet voor de hand, en pas toen (toegegeven, een beetje vreemd) naar mat ingeleid met Dh4. In de berekening zag ik al snel de truc Th5, maar ik bleef geconcentreerd en vond het compleet winnende maar ook noodzakelijke g5! Dat het na Dxd4 meteen mat was, zag ik pas thuis.
De take-home lessen: 1. niet altijd is het nodig een geforceerde lange variant door te rekenen (dat is vaak te moeilijk bij te veel vertakkingen), maar begrip is nodig waar het om draait. 2. bij een 3 1/2- 3 1/2 stand, na vijf uur spelen, en met 10000+ elopunten over je schouder meekijkend, check en dubbelcheck je varianten. Vlak voor ik g5 moest spelen heb ik nog weer twee keer geverifieerd of de koning echt naar g7 terug moest.