Westlandse Schaakclub - HWP Haarlem 2 - 6
Ons eerste achttal trok door het kassengebied naar De Lier en haalde soeverein 2 matchpunten op. De overwinningen kwamen van Jaap, Bart, René, Max en Pieter. Jan Willem remiseerde met de kopman van de Westlanders, terwijl HWP-debutant Almar een plusremise maakte.
Lees verder.
Het was een rustig middagje voor de teamleider. Na een uurtje in mijn krantje ging ik eens in de speelzaal kijken. De tegenstander was vooraf ingeschaald als te kloppen, maar er was een aantal witte paarden dat een uiterst inactieve schaakzomer had. Het was de vraag hoe ze deze hadden doorstaan.
In de speelzaal was de temperatuur al aardig opgelopen en begon de beschikbare zuurstof tegengesteld af te nemen. Maar in het snelle rondje dat ik maakte zag het er prima uit. Op een aantal borden was al duidelijk progressie gemaakt en werkelijk niemand leek minder te staan. De ietwat tactische opstelling van WSC leek geen zoden aan de dijk te zetten.
Ook niet bij Hubrecht die de schlemiel van de middag zou worden door de enige nederlaag aan te tekenen. Laten we de resultaten even chronologisch aflopen.
Jan Willem, onze topscorer van vorig jaar, ontwaakte rustig uit zijn zomerslaap. Tegenstander Pietersma bestreed Jan Willem met bekende middelen, maar Jan Willem vond geen gaten in de verdediging. Een correcte remise heet dat dan.
Niet veel later kon René zijn prettig ogende stelling omzetten in een vol punt. Ook voor René een prettig ontwaken uit een rustige schaakzomer. Dat volle punt kwam wel met hulp van de tegenstander binnen, want deze dacht een kwaloffer te brengen, maar stak er een hele toren in. Compensatie 0.
Ook Bart hoefde nog niet op volle kracht te spelen. Maar ach, waar hebben we het over. Die jongens verleren natuurlijk echt niet schaken in een paar maanden. Bart op 2 had tegenstander Brasser de nummer 2 van WSC tegenover zich, maar met alle respect, dat viel nergens uit op te maken. Het spel van de witten was krachteloos en de Westlander liet zich gewillig naar de slachtbank leiden.
En in wezen was het bij Pieter niet anders. Pieter speelde de opening wel gepointeerd en trok snel initiatief naar zich toe. Waar dat vorig seizoen nog verre de garantie was voor een punt, maakt hij het nu met enkele gerichte klappen af. Maar eerlijk is eerlijk, de tegenstand leek op die van een konijn dat in de koplampen staart van de naderende auto.
Onze debutant Almar speelde een interessant potje. Aanvankelijk op enige reserve, vervolgens met een thematisch pionoffer en een schijnstukoffer. Het leverde hem netto een pion en lopers van ongelijke kleur op. Remise was een logisch resultaat.
Zijn chauffeur op deze dag, Jaap, deed het ook rustig aan. Bij bouwde met kleine middelen aan een betere stelling en buitte de zwaktes in de stelling van zijn tactisch opgestelde opponent maximaal uit.
Dat het een duidelijke overwinning werd was dus wel duidelijk, de vraag was hoe hard we aan de bordpunten gingen werken. Max stond al snel goed, won een gezonde pion, maar ontspoorde een klein beetje. Zijn ook al tactisch op bord 5 geposteerde tegenstander, nam zijn kansen niet waar en rond de eerste tijdcontrole sloeg Max beslissend toe.
Bij Hubrecht bleek op dat moment echt sprake van ontsporing. In de opening nam hij enig risico door een dubbel gambiet te accepteren. Hij struikelde echter niet en het leek een kwestie van consolideren van de pion, de ontwikkelingsachterstand wegwerken en op z'n minst remise maken. Zo ver kwam het niet, want in de consolidatiefase miste Hubrecht een tactische grap en moest hij een stuk inleveren. Hubrecht zorgde er nog even voor dat we niet om half 6 bij het Chinees-Kantonese restaurant aan konden schuiven, maar de nederlaag was onafwendbaar.
Jammer voor Hubrecht, maar de 6 bordpunten zijn lekker en jawel we staan alleen bovenaan. Op 6 oktober volgt een zwaardere test als Caissa II uit Amsterdam op bezoek komt in het denksportcentrum.
Persoonlijke uitslagen:
1. Michiel van Woerden (2077) - Jaap de Jager (2406) 0 - 1
2. Paul Brasser (2137) - Bart Gijswijt (2305) 0 - 1
3. Menno Pietersma (2216) - Jan Willem van Prooijen (2151) ½ - ½
4. Michael Aagaard (2086) - René Duchêne (2165) 0 - 1
5. Manfred Kindt (1943) - Max Merbis (2141) 0 - 1
6. Timon van Dijk (2130) - Pieter de Jager (2057) 0 - 1
7. Johan Valstar (2025) - Almar Sternau (2037) ½ - ½
8. Frans Vreugdenhil (1988) - Hubrecht van den Brekel (1945) 1 - 0






