
De Waagtoren I – HWP Haarlem I 3½-4½
In de prima speellocatie van de Waagtoren deed het eerste goede zaken door de koploper in 3D overtuigend te verslaan. Het heilige vuur om de koppositie te verdedigen kwam bij de Alkmaarders niet echt tot ontbranding en de klasse van de HWP-topborden gaf de doorslag.
Aan bord 1 speelde de bij Corus goed ingespeelde Bart tegen de tactisch opgestelde Jeroen Smorenberg, die daar niet veel plezier aan beleefde. Al in de opening, na de eerste pionzetten, zwiepte Barts dame van a- naar h-lijn om daarna aan een soort tegenweg te beginnen die op d2 in dameruil eindigde. Dit was niet zomaar zondigen tegen de beginnersregel van lichte stukken eerst, maar een uiting van diep inzicht waardoor zwart zwaar de denktank in moest. Hij probeerde nog een taktische grap, maar Bart toonde feilloos het lek aan en op de 28e zet viel de vlag al.
Frank van Tellingen had dus het (ongetwijfeld tactische) gevecht met Bart ontweken maar kreeg nu een supersolide Otto met de zwarte kleuren tegenover zich. Na een langdurig klaarzetten van de stukken ontstond een gecompliceerd middenspel: wit ging voor recht door het centrum en zwart pikte op de damevleugel een pionnetje mee. Beide spelers begonnen toen met mat zetten en Otto was iets eerder.
Aan bord drie viel Taco in voor René D., ook al goed warmgespeeld op Corus met een fraaie gedeelde eerste plaats in tienkamp 1A. Taco had een klein ruimtevoordeel en iets actievere stukken, en heel lang had hij ‘iets’ . Op een gegeven moment won de subtiliteit het van de effectiviteit, en had hij naar eigen zeggen ‘niets’ meer, en ging gewoon wat lastige zetjes doen. Dat werkte een stuk beter, want de partij duurde geen tien zetten meer.
Aan bord vier speelde Paul, ook al met een goed tienkampresultaat, en kwakte in tien minuten een lange zijvariant uit zijn Drakenrepertoire op het bord (dat is altijd nog twee keer zo langzaam als Jan Burggraaf die back-to-back voor het tweede in nog geen vijf minuten bedenktijd zijn thuisvoorbereiding tot eeuwig schaak zag leiden). Paul moest evenwel zelf nog een flink aantal zetten bedenken, offerde thematisch de kwaliteit op c3, liet een paard verdwalen op g8, en raakte het uur voorsprong op de klok weer kwijt. Dat liep dus inderdaad niet goed af.
Ook bij Pieter, niet bij Corus gezien, ging het mis. Al in de opening maakte hij een gapend gat op veld e3, dat een vrijplaats voor de zwarte stukken, eerst een paard toen een loper, daarna weer een paard, bleek. De witte stukken stonden daar wat onsamenhangend omheen gegroepeerd, en in tactische fase maakte zwart het hard af.
Max ontspoorde iets minder hard in de opening, maar keek wel tegen een eenzame pion op d6 aan. Volgens grootmeesterlijke inzichten is deze zwakte te compenseren door stukken te dirigeren naar de mooie velden eromheen en dan op te lossen door d5 te spelen. Wit posteerde echter een onaantastbaar paard op dat veld, zodat de zwarte stukken ander emplooi moesten zoeken. Een loper verdwaalde op h4 (er dreigde afsluiting van de eigen troepen door g5) en de ander op g6 (er dreigde g4 en f5 met stukwinst).

Al deze fraaie mogelijkheden werden de witspeler teveel, toen hij in de diagramstelling in zijn nood met 27. f4? in een klap van beide lopers helden maakte. Na 27...Txe4 28. Lxe4 Lxe4 29 Pb6 Df5 30 Df1 Lxe1 had zwart zijn kwal terug, een pion gewonnen en de eens zo zwakke broeder op d6 maakte er een eind aan door op te rukken tot d3.
René V. was toen zo ongeveer halverwege zijn laveerpartij. De grote complicaties waren uitgebleven dan wel vermeden, en bij een stand 4½-2½ dacht René, kom ik probeer nog eens wat, en dat was geen remiseaanbod. Zijn tegenstander incasseerde dankbaar het punt.
Dat had Sander ook heel graag gedaan. Zijn jeugdige tegenstander had een ruimtevoordeeltje dat prompt werd gebruikt om de verzwakte koningsvleugel weg te offeren. Om de aanval in stand te houden, gooide hij er nog meer materiaal tegenaan, won wat terug, en keek tegen een stelling aan waarin hij een dame had met een handjevol pionnetje, en Sander een paard, loper, toren en wat minder pionnen. Toen bood hij remise aan?! Niemand kon de stelling taxeren, Peter was er niet om de houtjes te tellen volgens de punten van Euwe, de teamleider was zelf aan het zwoegen, de overige borden stonden onduidelijk, kortom verwarring alom. Dan toch maar remise.
Van de vijf koplopers aan het begin van deze ronde zijn er nu nog drie over. ZSC-Saende heeft een half bordpuntje meer dan de onzen en we hebben al tegen elkaar gespeeld. De komende rondes gaan de halfjes wel degelijk tellen.
De Waagtoren I – HWP Haarlem I
1. Jeroen Smorenberg (2130) - Bart Gijswijt (2221) 0-1
2. Frank van Tellingen (2195) - Otto Rubingh (2182) 0-1
3. Roland Punt (2105) - Taco Vrenegoor (2291) 0-1
4. Daan Bes (2142) - Paul Lieverst (2062) 1-0
5. Frank Agter (2083) - Pieter de Jager (2061) 1-0
6. Gerard de Geus (2109) - Max Merbis (2044) 0-1
7. Jos Vlaming (2077) - René in ’t Veld (2089) 1-0
8. Danny de Ruiter (2031) - Sander Helsloot (2034) ½-½






Ik weet niet hoe de partij eerder is verlopen, maar in de diagramstelling staat zwart goed, vind ik (en Fritz met mij).
Pion e4 is een zwakkeling en na een kwaliteitsoffer op e4, bv na 27. Tad1 Txe4 28. Lxe4 Lxe4 en vervolgens Pe5 gaat het heel hard mis met wit.