Het verhaal in Alkmaar komt van het winnende eerste team. Maar in de schaduw strijdt het tweede -zonder de kopmannen Peter en Eduard- voor een schier hopeloze zaak. Opnieuw blijken alle prognoses gedurende de wedstrijd waardeloos en zijn er aan het eind halfjes en hele punten verloren gegaan. Toch gebrek aan Promotieklasse-ervaring?
Vooraf geeft niemand al te veel voor onze kansen. Het is al een pittige tegenstander en dan zit Peter op zee en is Eduard geveld door de griep. Die laatste afzegging kan niet op een ideale manier ingevuld worden. De coach kruipt nu zelf maar snotterend en met een koortsig hoofd achter het bord.
Waar zijn kansen gemist? Het meest droevig is de nederlaag van Sander. Tegen Marten Coerts bouwt hij aan een stelling die de computer ongeveer met +4 zal waarderen. De beslissende klap blijft uit en als de klok een woordje mee gaat spelen verdampt al het voordeel en erger. Een gruwelijke nederlaag die je tot stoppen zou kunnen doen besluiten.
Ook bij invaller Cees Visser (wel een bewuste keus om hem mee te laten doen) zijn kansen. Met wit speelt die man toch gauw als 2000 speler. Hij wint een kwaliteit, maar kan de trekker net niet overhalen. Remise.
André speelt een gedegen pot. Een klein voordeeltje buit hij uit tot pionwinst. In de overgang naar het toreneindspel mist hij de sterkste voorzettingen en ook in het toreneindsel kan hij de pion niet in winst omzetten.
Een bijzonder geval is Pepijn. Dat is hij sowieso natuurlijk, maar in zijn partij vergeet hij in de opening winnend voordeel te pakken. Hij haalt wat zetten door elkaar en van een nagenoeg winnende stelling staat hij zo goed als verloren. En ondanks een 'wegtrekker' ergens rond 4 uur recht hij de rug en weet hij het eindspel met een kwaliteit minder maar een pion meer, vrij makkelijk remise te houden.
Onze nestor heeft zich terdege op Elokanon Henry Veneman voorbereid. De gekozen variant kan tot eeuwig schaak leiden en dat komt ook op het bord. Veneman is daarover danig in zijn wiek geschoten ("Vindt u schaken wel leuk? Komt u daarvoor helemaal naar Alkmaar?"), maar vergeet gemakshalve dat hij even 'schuldig' is. Jan grinnikt om het gemekker van zijn tegenstander en is eigenlijk wel in zijn nopjes met zijn voorbereiding en de 4 minuten die hij verspeelde op weg naar dit halfje.
Een ander halfje komt op naam van Ben. Hij grijpt maar weer eens terug op een stoer gambiet. Echt gevaarlijk wordt het voor beiden nooit, dus hier is sprake van een correcte remise.
De resterende nederlagen zijn misschien correct te noemen. Ondergetekende speelt twee zwakke zetten na elkaar en speelt vervolgens een verloren partij. De schwindels die worden geprobeerd werken niet tegen 2000+.
Bij Hendrik-Jan lijkt me aanvankelijk niet veel aan de hand. Als er echter een toren op de onderste rij komt binnenzeilen is elk tegenspel onmogelijk en wordt hij langzaam uitgetikt.
De afsluitende maaltijd in het Gulden Vlies (overigens één van de betere schaakaccommodaties) vergoedt enigszins het verlies. Volgende keer verwacht ik bij het eten wel een iets grotere afvaardiging van het tweede!
De Waagtoren II - HWP Haarlem II 5½ - 2½
Henry Veneman (2149) - Jan Burggraaf (1869) ½ - ½
Rob Konijn (2068) - Paul Tuijp (1779) 1 - 0
Wim Andriessen (1915) - Cees Visser (1850) ½ - ½
Dirk van der Meiden (2011) - Pepijn Steenbergen (1942) ½ - ½
Wim Nieland (1938) - Ben de Jong (1824) ½ - ½
Leo van Steenoven (1965) - Hendrik Jan Gabriëls (1833) 1 - 0
Rob Freer (1918) - André Hendriks (1906) ½ - ½
Marten Coerts (1924) - Sander Tromp (1887) 1 - 0






