Het seizoen van het nieuwe derde team van HWP is aanzienlijk beter begonnen dan vorig jaar. Niet met verlies en met veel frustratie, maar soeverein op weg naar een klinkende overwinning op Castricum 1. Een tegenstander die bij aanvang toch hoger was ingeschat door de bookmakers.
De start was perfect: iedereen was op tijd; de rit naar Castricum liep voorspoedig en we zaten al aan tafel toen de leden van Sv Castricum kwamen binnendruppelen. We werden verwelkomd door de 5e bord- speler en teamcaptain Ger Holsteijn die met een bevlogen speech vooral benadrukte dat hij in geval van een tijdnoodfase er persoonlijk zeer streng op zou toezien dat de regels voor het noteren van zetten nageleefd worden. Dat is mooi dachten we. Echter, zelden is het verschil tussen theorie en praktijk zo groot gebleken. Daarover straks meer.
Het duel verliep voorspoedig. Om 21.00 uur was de eerste partij geëindigd en kon ondergetekende zich kwijten aan de voorbereidingen voor dit verslag. In een huisvlijt-variant van wat ik maar noem de “anti-pirc”, niet met de normale opstelling met d4 maar met f4, vergaloppeerde dezelfde Ger zich snel, mocht ik met de loper slaan op f7 en werd het drama vergroot door de koning naar een verkeerd vluchtveld (g8) te plaatsen na een paardschaak op g5. Gevolg, een ondekbaar mat op zet 15. Een vrijwel gratis punt dus, 1-0.
Dat zette de juiste toon voor de rest. Waar ik ook rondliep bij de borden, op ieder bord was minimaal sprake van gelijke strijd en dat zette zich door gedurende de avond.
Allard was bezig met krachtige zetten en een vrijpion op de d-lijn zijn tegenstander klem te zetten. Met een goede stelling en een schitterende slotzet, waardoor mat op de onderste rij in beeld kwam, ten koste van minstens een loper of nog meer, staakte zijn tegenstander de strijd. Eindelijk weer eens winst voor Allard in een externe partij. 2-0. Vast en zeker het begin van een fraaie nieuwe reeks.
Kort na elkaar bereikten Hendrik-Jan en Willem een remise die in beide gevallen in een kleine plus-stand kon worden uitgedrukt. Willem had de hele partij meer ruimte voor zijn stukken en heeft wellicht ergens kunnen doordrukken, maar dat bleek lastiger dan gedacht. Bij Hendrik-Jan was sprake van een stelling waarin beide heren nog de dames en lopers op het bord met gelijk pionnenaantal hadden. De opstelling van de lopers ten opzichte van zijn pionnen leek bij Hendrik-Jan net iets beter maar niet genoeg voor winst. Twee remises dus en de stand werd 3-1.
Een luxe stand, want met nog vier borden te gaan en met betere stellingen voor Harry en Cees en een wat lastiger te beoordelen stand voor Jan en Eelco leek de winst onder handbereik.
Dan de partij van Eelco. Moeilijk te beoordelen, maar wat steeds duidelijker werd was dat het loperpaar waarover hij beschikte steeds beter opwoog tegen de pion die hij achter stond. Tezamen met een toren kwamen beide bisschoppen steeds dreigender in de buurt van de witte koning. Zelfs een dreigende promotie van zijn tegenstander kon het matnet dat Eelco opbouwde niet meer voorkomen. Met een dubbelschaak had Eelco het mat al een zet eerder kunnen voltooien maar hij koos ervoor om het leiden van zijn tegenstander nog met een zet te verlengen. Schitterend gedaan en een mooi voorbeeld van de vernietigende kracht van een loperpaar. 4-1.
Deze stand was reden om bij de resterende borden langs te gaan om een eventuele remise te bereiken. Dat lukt bij Cees snel want zijn tegenstander vond dat hij toch ietsje minder stond en accepteerde dat gelijk, zonder overleg met zijn teamcaptain. Iets dat bij HWP natuurlijk niet voorkomt. Volgens Cees een opofferingsremise in het teambelang en volgens het team een uitmuntend voorbeeld van het “nieuwe schaken bij het derde team” waarbij het wedstrijdpunt belangrijker is dan persoonlijk gewin. Cees had een lastige partij met wisselende stellingbeelden en met nog 8 minuten voor 11 zetten maakt het de beslissing achteraf ook wel gerechtvaardigd. 4,5-1,5.
Nog twee borden te gaan. Jan speelde een prima partij in het Schots met een stelling uit een vierkamppartij Korchnoi-Timman met Dh4 op de 4e zet. Tegenstander Heleen de Greef nam ruime bedenktijd en bleef goede zetten spele; zette Jan onder druk op de e-lijn. Daardoor mocht Jan niet rocheren, mede vanwege een dreiging met loper op h7. Net toen Jan zich leek te redden door een koningswandeling naar de andere kant van het bord ging de vermoeidheid een rol spelen en blunderde Jan een stuk weg. Jammer, maar zeker niet slecht gespeeld tegen een 2000+-speelster: 4,5-2,5.
Tot slot: met het oog op de stand bood de tegenstander van Harry remise aan terwijl Harry toch duidelijk beter stond. De tijdnoodfase was inmiddels aanstaande; de laatste vijf minuten waren voor beide nog niet aangebroken en werd er dus nog geacht te noteren. Hoewel de wedstrijdleider er van diverse kanten op werd aangesproken dat de heer v.d. Eng niet noteerde, werd dat ter plekke vergeten. Niet alleen het noteren maar ook het feit dat hij daar op werd aangesproken. Een soort van acuut geheugenverlies, terwijl dat toch aan het begin van de wedstrijd met veel bombarie was aangekondigd! Gelukkig stond er niet veel meer op het spel, maar liet Jan het na afloop van de partij er niet bij zitten en verkondigde luid voor iedereen hoorbaar: “Beste heer Holsteijn. Ik ken u nu al 30 jaar maar zoiets heb ik nog nooit meegemaakt en u zult hier meer van horen via een brief aan de bond” of iets van die strekking.
De partij zelf was inmiddels van een gewonnen stelling veranderd in een lastig te winnen eindspel met toren tegen toren en twee randpionnen, maar met een slechte positie van de koning van Harry op de onderste rij. Toch nog remise dus en 5-3 was het eindresultaat.
Conclusie: een mooi begin met goed gedegen spel en een mooie opsteker voor de rest van het seizoen. De kop is er af.
|
1 |
|
Mark Min |
1819 |
- |
Willem Mook |
1909 |
½-½ |
|
|
2 |
|
Piet Kuijs |
1889 |
- |
Eelco Kummer |
1800 |
0-1 |
|
|
3 |
|
Eric van der Klooster |
1907 |
- |
Allard Ligteringen |
1849 |
0-1 |
|
|
4 |
|
Hans Leeuwerik |
1820 |
- |
Cees Visser |
1839 |
½-½ |
|
|
5 |
|
Gerrit Holsteijn |
1830 |
- |
Ben de Jong |
1812 |
0-1 |
|
|
6 |
|
Hans Schagen |
1847 |
- |
Hendrik Jan Gabriëls |
1811 |
½-½ |
|
|
7 |
|
Henk van der Eng |
1836 |
- |
Harry Tönis |
1879 |
½-½ |
|
|
8 |
|
Heleen van Arkel-de Greef |
2013 |
- |
Jan van Dorsselaer |
1777 |
1-0 |







Toch zou ik de klok stilzetten en eisen dat de wedstrijdleider erbij aanwezig is om toe te zien dat er wordt geschreven.
Dat had ik graag live meegemaakt, maar de HWP-schaakjeugd hield mij tot na tienen (aangenaam) aan het werk. Maar misschien gaat het beter zonder teamleider?!