Het vierde bereikte op 23 november een eenvoudige overwinning op het vierde team van Het Saende: 5,5- 2,5. Thuis in de sociëteit gingen de mannen er eens lekker voor zitten. Tegen half elf riep iemand 'dit kan weer een monsterscore worden', refererend aan de 7-1 tegen KC VIII´. Dat werd het niet helemaal. Doordat deze keer niet eens alles echt meezat.
De avond begon met een afmelding van Lucas. Ziek. Er rust nog geen zegen op de deelname van Lucas aan het vierde. Laten we hopen dat hij er de rest van het seizoen wel weer bij is. Hans Spanjersberg, volgens Willem in bloedvorm, gezien zijn prestaties in Hoogeveen, was de man die de openvallende plaats zou moeten innemen. (Ik had eerder Pieter Levasier al gevraagd om in te vallen. Sorry Pieter! Baas boven baas.) Hans zou het moeten doen. En Hans deed het, op bord 8. Een stevige druk en een vervaarlijke aanval over de h-lijn resulteerde in een aanzienlijk materieel overwicht (dame tegen toren). Die stukken gingen eraf maar Hans´pionnen rukten onhoudbaar op aan alle flanken en Hans kreeg er twee Dames voor terug voordat zijn tegenstander er genoeg van had.
Het Saende kwam maar met zeven man opdraven, ze hadden het hele vijfde afgebeld maar niemand was bereid de Haarlemse tortuur te ondergaan. Het eerste bord, waar we Ziyadah (onze vaste waarde op het eerste bord) gepland hadden bleef leeg. Naseeh kwam echter ook niet. Toen maar snel Sylvain de Ruyter opgetrommeld om het punt in ontvangst te nemen. Naseeh kwam even later toch. Heftig teleurgesteld. De stelling van Ziyadah zou vanavond de beginstelling zijn. Maar het was te laat om nog een andere indeling te kiezen. En trouwens wie zou dan daarvan de dupe moeten worden? Na een uurtje toen het Naseeh duidelijk werd dat hij, zonder enige inspanning een punt in de schoot geworpen kreeg, klaarde hij enorm op. Zo had hij het nog niet bekeken. Zo was het goed. Wel scoren niet spelen. Marius of ik mochten bij de hoofdredactrice van het Straatnieuws de dieptes en finesses van de Stelling van Ziyadah komen toelichten. Ook een mooie eer.
Aan de borden 2, 3 en 5 speelden Richard Vink, Marius Jaspers en Paul Tuijp allen een degelijke remise. Marius was het laatste klaar en berustte, in een wellicht iets mindere stand maar met meer tijd, in het onvermijdelijke; er was geen doorkomen meer aan. Van Richards partij heb ik niet veel gezien, hij ging ook wat eerder weg. Wel weer een nuttig halfje. Paul Tuyp haalde met zwart een remise in een moeilijke stelling. Waar hij eerst het beste van het spel leek te hebben gleed het voordeel uit handen. De tamelijk gesloten stelling wilde maar niet open bloeien. Het werkte allemaal niet helemaal lekker samen, zo leek het vanuit het perspectief van de buurman.
Onze vaste invaller, Eelco Kummer, die Kir Teo verving maar die later op de avond als toeschouwer de verrichtingen nauwgezet volgde, beleefde de merkwaardigste avond van ons allemaal. Hij kwam terecht in een duidelijk veel beter eindspel (sterke loper tegen zwak paard en een opgerukte koning met pionnen op beide vleugels). Hij deed een onreglementaire zet (stond schaak en zette een stuk) en gaf toen op. De wedstrijdleider er nog bij gehaald. Maar het was al te laat. Opgeven is opgegeven. Eelco was zich niet bewust van het feit dat een onreglementaire zet niet betekent dat je moet opgeven maar dat je de wedstrijdleider er bij moet halen om de stelling te reconstrueren en die eventueel een tijdstraf of tijdsbonus uitreikt. Zo kwam onze enige verliespartij tot stand uit een verkeerd begrepen regel en niet omdat we op enig bord overspeeld zijn. Dat is toch wel een groot compliment aan dit team waard.
De punten kwamen uit de onderste drie borden. Naast Hans wonnen ook Marco Boekhout en schrijver dezes. Marco´s eindstelling verdient ook een diagram. Zijn tegenstander speelde in de woorden van Marco `antischaak`. Hij speelde zijn witte stukken vooral naar achteren, overigens zonder grote fouten te maken. Maar extreem passief. Dan is het wel extra oppassen geblazen, want je gaat steeds meer en langer nadenken over fraaie offers. Dat offeren deed Marco uiteindelijk niet. Maar door een listige penning kon hij zijn complete cavalerie achter het vijandelijk kamp opstellen. Daarmee creëerde hij zoveel vorkmogelijkheden dat het zijn tegenstander tot wanhoop en opgave bracht.
Zelf had ik een uitermate ontspannen avond. In een Marshall dacht mijn tegenspeler op zet 12, nadat ik Pf5 gespeeld had ongeveer ¾ uur na. Dat kan op zichzelf. Het was ook ingewikkeld. En er bleef nog een half uur over. Echter won ik op zet 13 een stuk en op zet 14 nog een. Ik ging vervolgens – achterdochtig geworden - denken of er nog ergens compensatie zou zijn,een mat achter de paaltjes een patwending, zag niets van dat al en dacht nog eens na. Op zet 16 schijnofferde ik mijn dame, wat hij weigerde maar daardoor gingen voor hem de laatste twee lichte stukken van het bord en ik had er nog twee over. Onderontwikkeld, maar toch. Hij bleek onverstoorbaar doorschaken en gaf uiteindelijk met nog een minuut voor 10 zetten op, nadat ik hem schaak zette en hij een onreglementaire zet deed. Dat had niet gehoeven (zie boven) maar het opgeven had ook al tien zetten eerder gekund.
De uitslag biedt alle vertrouwen voor de resterende wedstrijden. Zoals iemand aan de kant zei dat je wel kon zien dat ons team steeds de betere zetten deed. En dat was ook zo. De dans van het vierde is nog niet ten einde.







Het werd toch nog een relaxed avondje voor mij, de witte paarden hadden gemiddeld de betere stellingen toen ik binnenkwam. Speelden tevens de betere zetten zodat de gescoorde punten en eindoverwinning dan ook dik verdiend is.
Goed gedaan jongens.