It ain’t over till it’s over, pas als het laatste fluitsignaal geklonken heeft. Dat ondervond ook Bayern München in de Champions League finale van 1999 tegen Manchester United. Er is dus alle reden tot optimisme. Na het verlies afgelopen donderdag tegen Kennemer Combinatie 6 heeft het vijfde het nog steeds allemaal in eigen hand. Een forse winst in de laatste ronde zou genoeg moeten zijn voor lijfsbehoud. Echter, wij moeten uit tegen kampioenskandidaat Krommenie terwijl Kennemer Combinatie 8 (net zoveel matchpunten als wij en slechts een half bordpunt minder) thuis tegen het reeds gedegradeerde Assendelft speelt. De kans dat wij aan degradatie gaan ontkomen lijkt daarom bijzonder klein.
Afgelopen donderdag was in feite de laatste kans. Tegen KC6 in Schalkwijk moesten we winnen. Onze tegenstanders zijn gewoonlijk sterk aan de eerste twee borden, maar op de overige is het een stuk minder. Het plan was dus als volgt: een halfje (in totaal) op de eerste twee borden en twee overwinningen op de overige zes strijdtonelen! Dat pakte echter anders uit. Binnen de kortste keren werd aan de borden 3, 4, 6 en 8 remise overeengekomen. Robert (bord 5) bood ook remise aan, maar dat werd niet aangenomen. U zult zich wellicht afvragen waarom de teamleider dit laffe gedoe allemaal toeliet, er stond per slot van rekening toch heel wat op het spel, maar dat kwam omdat de situatie op de andere borden er, naar mijn mening, prima uitzag.
Aan bord 1 moest Yorick tegen ratingkanon Arun Karwal en mijn inschatting was dat hij dat wel ging houden. Daar bleek weinig van te kloppen. De conclusie van Yorick achteraf was dat hij slecht gespeeld had en dat hij als gevolg daarvan netjes van het bord geschoven was. Bert mocht aantreden tegen de ons welbekende Joost Jansen. Zoals te doen gebruikelijk kwam Joost weer in ziedende tijdnood en mijn inschatting was dat Bert hiervan zou gaan profiteren. Tsja, dan moet je natuurlijk niet net na de tijdscontrole een stuk weggeven. Was er nog enige kans om deze twee verliespartijen te compenseren? Robert zat al geruime tijd een saai torenspel te verdedigen, maar kans om te counteren kreeg hij absoluut niet. De enige HWP’er die voor wat vuurwerk zorgde was Hans Jansen, een invaller notabene. Echt knokschaak. Beide kemphanen piekerde er niet over om remise aan te bieden. Tot het einde werd er getracht de tegenstander beentje te lichten, maar uiteindelijk moest ook hier in een gelijkspel worden berust.
Achteraf gezien had er van de HWP’ers (inclusief mijzelf) wel wat meer strijdlust verwacht mogen worden. Nu lijkt het seizoen als een nachtkaars uit te gaan. Maar goed, er is nog altijd hoop, ook al is het tegen beter weten in!





