Na de eerste twee ronden stond het vijfde met nul punten op een gedeelde laatste plaats. De mede-hekkesluiter was in de derde ronde onze tegenstander, een waar degradatieduel. Wat stellen we ons daar zoal bij voor? Slecht schaak, fouten over en weer, veel spanning en allerlei kolderieke verwikkelingen. Niets was echter minder waar, het vijfde speelde als een troep paradepaardjes en denderde stijlvol over de beduusde tegenstanders heen.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Hoofddorp niet een heel sterk team is. Zij waren vorig jaar ternauwernood aan degradatie ontsnapt (met slechts 4 punten) en misten afgelopen dinsdag ook nog eens twee vaste krachten. Dat laatste gold ook voor ons team, maar bij HWP zijn er op dit niveau altijd wel goede invallers te vinden.
Ikzelf was voor de verandering het eerste klaar. Mijn tegenstander koos voor de doorschuifvariant van het Frans, offerde (verloor) de pion op d4, maar (en) had daarvoor geen enkele compensatie. De rest ging vanzelf. Echt zo’n partij die je het gevoel geeft dat je het toch wel een beetje kan. Vooral niet door Fritz gooien dus.
Vlak daarna was Marco ook klaar. Hij had een pion gegeven in ruil voor zeer actief spel. Zijn tegenstander loste de problemen verkeerd op en kon al snel opgeven. Marco had wel de moed om zijn partij aan Fritz voor te leggen en kwam er toen achter dat hij eerder in de partij een niet al te moeilijke Damewinst had gemist. Jammer, maar het mag de pret niet drukken. Niet veel later besloten Patrick en zijn tegenstander, na een wat saaie pot, tot remise in een eindspel dat ongetwijfeld gelijk stond, maar waar nog heel veel had kunnen gebeuren.
Aan de lage borden ging het daarna ook erg voorspoedig. Bert zette wat druk, won (enigszins fortuinlijk) een stuk, waarna hij nog wat fraaie zetten deed alvorens zijn tegenstander de handdoek in de ring gooide. Ook René speelde een puike partij, zijn derde in vier dagen. Hij creëerde een vrijpion in het late middenspel en wist daarmee de witte stelling volkomen te ontregelen. Hiermee was de buit binnen.
Yorick had, na een vroege fout van zijn tegenstander, al snel een riante stelling. De zwartspeler stribbelde nog heel lang tegen, ook omdat Yorick niet veel anders deed dan ‘genieten van zijn stelling’, maar de uitslag stond vast en kwam niet meer in gevaar. Aan bord 2 had invaller Peter zijn taak goed uitgevoerd en zijn tegenstander op remise gehouden. “Als het moet kan ik ook wel voor de winst gaan” bood hij me nog aan, maar dat was niet meer nodig.
Daarmee bleef alleen bord 1 nog over. Twee jaar geleden had Luuk in de tweede klasse ook een flink aantal wedstrijden aan bord 1 gespeeld en met een zeer goede score. Sterkere tegenstanders op remise houden bleek een specialiteit van Luuk te zijn. Helaas lukte het dit keer niet. Hij kwam al vroeg zeer gedrukt te staan, verdedigde zich met hand en tand, maar kreeg van zijn tegenstander geen enkele kans. Jammer, maar helaas. De einduitslag was hierdoor 6-2! Een mooie opsteker, maar we zijn er natuurlijk nog lang niet.
Sir Alex Ferguson heb ik wel eens horen zeggen dat je in een Champions League poule 10 punten nodig hebt om zeker te zijn van een plek in de kwartfinale. In een poule van 8 schaakteams is de regel dat je 6 punten nodig hebt om zeker te zijn van lijfsbehoud. We moeten er dus nog twee winnen! Wordt vervolgd........





