HWP Haarlem

  • Lettertype vergroten
  • Standaard lettertype
  • Lettertype verkleinen
Interne competitie > Nieuws > Wie wordt clubkampioen? (II)

Wie wordt clubkampioen? (II)

E-mail Afdrukken PDF

Ronde 31: een halve wedstrijd maar, want de koploper ontbrak. Bart had griep; de smakelijke observaties van de aanleiding hiertoe en de minder smakelijke van het daadwerkelijk ziektebeeld staan uitvoerig op zijn website en hoeven hier niet herhaald te worden. René Duchêne kon dus uitlopen, maar met zwart tegen Pepijn is het altijd even oppassen. Dat is aan René wel besteed en na de rustdag van afgelopen zaterdag had hij er weer zin in.

Pepijn speelde de opening niet al te principeel zodat de echte test van een koningsaanval uitbleef. Ondertussen had zwart al wel de betere structuur: Pepijn koos voor een triple pion op c-lijn en hiermee ruimte voor zijn torens. Dit vereist actief spel en toen hij ergens even zijn kans(je) miste, pakte zwart een van de zwakke pionnen, kon zijn ietwat passieve loper activeren en won door nauwkeurige berekening gevolgd door goede techniek. Een partij typerend voor René’s spel: solide openingskennis, oog voor structuur en plaats van de stukken en scherp calculerend wanneer nodig. Zondermeer kampioenswaardig, maar zoals al uitputtend uitgelegd in deel I, forse swings in de stand blijven mogelijk.

Dat bleek al in de strijd om plaats drie. Het gaat hier natuurlijk helemaal  nergens om, behalve als een HWP’er denkt dat ook iets bestaat als een virtueel podium en hij het aardig vindt daar aan het eind van het seizoen op te staan. Enfin, Eduard deed goede zaken door Frank in een op het oog strakke partij te verslaan, terwijl Max, zoals zo vaak, het punt inleverde bij René in ‘t Veld. Na slechts 7 zetten, in een typisch tweesnijdend huisvariantje van René stond het zo:

Max speelde 8. Pxd5 en na 8...cxd5 kon hij na met 9. b6+ wel tijdelijk een pionnetje terugpakken maar vond geen actief vervolg, bleef uiteindelijk een pion achter en vlekkeloze techniek van René deed de rest. De lezersvraag is dus: hoe zet wit voort in de diagramstelling. Reacties zijn welkom, ook van Rybka.   
 
Reacties (4)
1 donderdag 24 april 2008, 18:43 uur
Paul Tuijp
Een andere lezersvraag had kunnen zijn: hoe wordt deze stelling bereikt? Na 1. d4, d5 of zo?
Zo'n huisvariantje zou ik gepast beantwoorden met 8. Ph3 op weg naar f4. Of 8. h4 en de toren in de strijd werpen. Ik zie ieg geen directe weerlegging van het zwarte spel (maar ik sta dan ook wat lager dan de heren Merbis en in 't Veld).

En ik zet m'n geld op René D. dit jaar. Die heeft z'n zinnen als geen ander op dat kampioenschap gezet.
2 zaterdag 26 april 2008, 10:10 uur
Sander Tromp
8b6 a5 9.lf4 pa6 10 pd5 Dd5 11lc4 Dd7 12d5! zo misschien.
3 zondag 27 april 2008, 07:30 uur
David Joziasse
Voor Paul: Dit was een aangenomen damegambiet, waarin Max zijn (geloof ik) favoriete 3. e4 speelde. Als zwart nu antwoordt met 3... e5 krijg je een soort open spel. René's 3... b5 is ook wel grappig.
V.w.b. de partij, mijn oude theorie-boekje gaf destijds de voorkeur aan 7... e6 boven 7...c6. Zelf zou ik verder geen 8. Pxd5 hebben gespeeld. Waarom zou je de pionnenstructuur van je tegenstander gratis verfraaien ? Ik dacht eerder aan iets als 8. Lf4 !? Maar misschien kan je ook wel direct 8. b6 spelen. Na 8.... Pd7 9. bxa7 krijg je dan de partijstelling, maar zonder dat de loper geruild is tegen je paard.
Als ik me niet vergis volgde in de partij vanuit de diagramstelling 8. Pxd5 cxd5 9. b6+ Pd7 10. bxa7. Dat laatste zou ik liever niet doen. De pion is zwak en zal wsch. verloren gaan. Bovendien vinden de zwarte stukken nu moeiteloos hun ideale velden. De gammele witte lopers kunnen daar weinig tegen uitrichten. Ik zou eerder denken aan 10. b7. Na bijvoorbeeld 10. .... Tb8 11. Db5 e5!? hebben beide spelers zo hun kansen. Toch ?
4 zondag 27 april 2008, 14:35 uur
Frits Bakkes
Lxc4 natuurlijk!-toch? Kijk daar maar eens (on)rustig naar.

© 2007 - 2009 HWP Haarlem