Na afloop van ronde 35 lag er een geschrift op de bar van de sociëteit, een geringband stapeltje kopieën met openingsvarianten getiteld The Jackal. Typisch een examplaar uit de zogenaamde 'grijze literatuur', waarvan bibliothecaressen bij het ontsluiten nachtmerries krijgen: geen ISBN of ISSN, een auteur zonder cv of Fide-titel, en wellicht ook geen toernooiwinst op zijn naam, maar wel een eigen variantje bedacht. Uitgerekend vanavond huilde de jakhals schel en vals, en hij beet ook. Maar daarover verderop meer.
De inzet twee ronden voor het einde van de competitie is glashelder. Als Bart twee keer wint is hij eenvoudigweg kampioen. Als zijn enige achtervolger René D. iets laat liggen, kan Bart gewoon volgen.René deed met zwart tegen Paul Pancras simpel wat ie moest doen. Binnen tien zetten stond het al gelijk en toen wit vrijwillig een voor hem nadelige structuur innam, kon René rustig zijn stelling verbeteren, een goed wit stuk ruilen, met een breekzet een beetje spanning opbouwen en dan eenvoudig combinatoir afmaken. Als je dit alles in de goede volgorde kunt uitvoeren, lijkt schaken pas echt gemakkelijk.
Ondertussen had Bart het een stuk lastiger tegen Jan Burggraaf, die vorige week zijn tegenstander al de stuipen op het lijf had gejaagd met de Zarragozza variant (1. c3 en 1-0 in 37, maar eigenlijk in 20). Nu kwam de Jackal uit Jans dierentuin en voor de studenten van de serieuze schaakliteratuur is het maar te hopen dat de Gier (1. d4 Pf6 2. c4 c5 3. d5 Pe4!?), de Mobele Mkenke (1. e4 Pf6 2. e5 Pe4!?) en de Olifant (1. e4 e5 2. Pf3 d5 3. Pxe5 dxe4 4.Lc4 Dg5) voorlopig in hun hok blijven.
Na zo’n vijftien zetten stond Bart heel redelijk in een weliswaar onevenwichtige stelling, waarna hij in toenemende mate de weg begon kwijt te raken. Om precies te zijn, de zwarte koning raakte op dwaalsporen in zijn eigen paleis. Zijn anders zo doelgerichte schaak haperde en opeens bleek zijn kracht - totaalschaak gebaseerd op initiatief- ook zijn zwakte, want je mag wel een kleinigheidje missen, maar niet op elke zet. Historische verslaggeving vergt een diagram, die ik het liefst op postzegelformaat zou willen afdrukken (de webmaster kan gelukkig zelf bepalen in welke mate hij zijn afschuw over de geleverde prestatie wil uitruilen tegen pixels). Na 19…Kc6?! stond het zo:
De diepzinnige reden om Kc6 te spelen is het ruimen van de zevende rij voor de dame om zo de zwakke pionnen beter te beschermen. Je moet er maar opkomen. Jan was in ieder geval niet geïmponeerd en speelde 20. Dg4 g6 21. Pb3. Nu is er een probleem op c5. In zijn nood speelde zwart 21…Pxe3? en kon na de doffe dreun 21. Da4+ meteen opgegeven. Hiermee is zijn voorsprong van 44 punten omgebogen in een achterstand van 83. Dat betekent wel dat René de laatste ronde moet opdraven, want met een no-show en winst van Bart verspeelt hij de titel. Bij remise van René en winst van Bart wordt het nog een beetje spannend en moet het rekenapparaat definitief uitmaken of René kampioen wordt. Als René wint is natuurlijk alles duidelijk: volgende week zullen we zien of hij tegen de spanning is opgewassen.







Een mij zeer bekend scenario derhalve dat ik vaak heb toegepast.Met of zonder dierentuin !
En de typering van Jan van zijn speelstijl als "Het vrijwillig opzoeken van de onderkant van het dynamisch evenwicht" doe ik in mijn archief.