HWP Haarlem

  • Lettertype vergroten
  • Standaard lettertype
  • Lettertype verkleinen
Interne competitie > Nieuws > Wie wordt clubkampioen? (VI en slot)

Wie wordt clubkampioen? (VI en slot)

E-mail Afdrukken PDF
Een spannende laatste speeldag spreekt sportliefhebbers tot de verbeelding. De overgebleven kampioenskandidaten treden aan voor de slotronde, beginnen op hetzelfde tijdstip, de radio verzorgt live verbindingen en schakelt bij elke opzienbare gebeurtenis over naar het andere veld. Schaken hoeft hierop geen uitzondering te zijn. Live streaming van partijen is zelfs bij een weekendtoernooi diep in de provincie al gemeengoed, en Fritz Rybka kan de tussenstand net zo spannend bijhouden als Jack van Gelder. Het verschil is wel een factor 100,000 in het aantal luisteraars, maar dat is niet eens het belangrijkste.

Schaken om een clubkampioenschap is een individuele sport: er zitten geen invallers op de bank. De allesbeslissende slotronde van het HWP kampioenschap kende helaas een lege stoel: tot zijn grote spijt moest Bart vanwege familieomstandigheden afzeggen. René D. had het dus makkelijk en kon zelfs nog enige glans aan zijn tweede titel geven. De andere René (René V. voor het gemak) was echter niet van plan hieraan al te veel medewerking te geven.

René D. volgde niet zijn vertrouwde openingsrepertoire en was in een scherpe stelling (veel te) snel ‘out of book’. Bevrijd van de spanning, of juist eindexamennakijkstress, we hoeven het niet te weten, maar hij miste de scherpte waar de stelling wel om vroeg. Na de laatste zet van René D. (13...Ld7) stond het zo:

Dit lijkt bij eerste aanblik op ezelsorenschaak dat je aantreft in de onderste regionen van Girls u10 (met de hogere regionen valt al niet meer te spotten). Maar hier is het wel sterk! Wit dreigt met 14. a5 de pion op c4 te veroveren en het natuurlijke 13. Le6 had René D. afgekeurd vanwege 14. a5 Pd5 15. hxg6 hxg6 16. Txh8+ Lxh8 17. Lxg6 en als je terugslaat hangt de loper op e6. Toch was dit de beste kans geweest. Na 13... Ld7 14. a5 verloor zwart inderdaad de pion op c4 en na dameruil had hij een ietsje minder eindspel in een initiatiefloze stelling. Als je dan iets probeert, zoals een verzwakkende pionzet, gaat het al gauw mis en René V. speelde het vervolg gewoon accuraat en degelijk. René D. incasseerde hiermee zijn derde nul, maar is wel kampioen. Felicitaties werden beleefd maar resoluut afgeweerd.

Geen zinderend slot dus en ook geen felicitaties, daarom maar een slotbespiegeling ter afsluiting.

René begrijpt als geen ander dat je zonder geweldige score en hoge opkomst niet meedoet om de titel. Hij haalde 78%, maar stond het hele seizoen boven de 80. Toch was hij maar matig tevreden: weliswaar wint hij gemakkelijk van tobbers met minder elo’s, maar drie verliespartijen, opmerkelijk genoeg allemaal met zwart, zijn wat veel voor zijn doen. Voor de beoordeling van de uitslag is het handig een extern resultaat als een schaakpartij te rekenen. Maar dan wel eentje die omgerekend 2/3e punt oplevert: eigenlijk een plusremise die als zodanig wordt gewaardeerd, en niet met een schamel halfje. Dan heeft René van de 36 rondes 33, laten we zeggen, Keizer-partijen gespeeld. Er zijn maar negen andere leden die dit evenaren of verbeteren.

Bart haalde 29 Keizer-partijen en zijn score van 84 procent (slechts één verliespartij) was net niet voldoende hoog om zijn iets lagere opkomst te compenseren. Maar wat scheelde het: 46 punten op een totaal van ruim drieduizend! Zo word je dus HWP-kampioen: kom altijd, scoor hoog en besef dat er slechts minieme compensatiemogelijkheden zijn.

Iedereen had hier ook wel vrede mee. De regels zijn bekend en zo worden ze gespeeld. Toch knaagt er iets aan deze fotofinish-toevalligheid en er zijn dan ook geluiden eens iets anders te proberen, bijvoorbeeld een gesloten competitie van de 10 tot 14 hoogst-geratete spelers, eventueel aangevuld met derden van buiten HWP. De voordelen zijn: 1) voor spelers die potentieel een hoge score kunnen halen maar geen hoge opkomst is dit een aantrekkelijke competitie; 2) de indeling ligt vast en is bekend wat hetgeen serieuze voorbereiding stimuleert en de speelsterkte kan bevorderen; 3) het is aantrekkelijk voor gastspelers, hetgeen bijdraagt aan uitstraling van de club. Nadelen zijn er natuurlijk ook vast wel. Die moeten we aan het eind van het volgende seizoen maar eens op een rijtje zetten.

 
Reacties (3)
1 donderdag 29 mei 2008, 13:24 uur
Frits Bakkes
uit de losse pols:
1. wie het meeste komt, heeft het meeste recht.
2. dan de gehele competitie in groepen met bevordering/degradatie.
3. geen gastspelers.
2 vrijdag 30 mei 2008, 00:07 uur
Marius Jaspers
Ja, sneu, zo'n anticlimax: voor de betrokkenen (René D., die voor zover ik hem ken onder geen enkele omstandigheid van vreugde aan de Sociëteitslampen zou gaan zwaaien, was dinsdag de sipste kampioen ooit) en ook voor het fijne vervolgverhaal dat Max hier heeft neergezet. Dat had een beter einde verdiend.
Over de competitieopzet hoop ik een mening te hebben tegen de tijd dat mijn elo de 2200 nadert.
3 vrijdag 30 mei 2008, 11:46 uur
Bart Gijswijt
René mag dan een sippe kampioen zijn, ik zou zelf nog een heel stuk sipper zijn geweest als ik vorige week remise had gespeeld en René dan gepasseerd was door mijn afwezigheid.
Wat mij betreft is René een terechte kampioen: hij is het vaakst gekomen en dat is in het huidige systeem belangrijk. Bovendien heb ik een aantal arbitraire externen ontvangen, dus ook ik had kanttekeningen kunnen plaatsen bij mijn eigen kampioenschap.
Alle reden dus om het door Max beschrevene te ondersteunen: een gesloten groep die strijdt om de hoogste eer levert altijd een eerlijke en onbetwistbare winnaar op.

© 2007 - 2009 HWP Haarlem