Schaken is goed voor de ontwikkeling van een kind omdat het te maken krijgt met:
Concentratie door schaken wordt het vermogen ontwikkeld om bewust én zeer gericht (focus) bezig te zijn.
Zelfdiscipline door schaken wordt het vermogen ontwikkeld bezig te zijn, bezig te blijven en iets af te ronden.
Zelfbeheersing "Speel niet meteen de zet die in je opkomt; controleer of het wel je beste zet is"; controle over jezelf.
Verantwoordelijkheid een jeugdschaker zal telkens, en soms ook onder tijdsdruk, beslissingen nemen om (sub-)doelen te bereiken. Deze beslissingen worden genomen op basis van een keuze uit mogelijkheden. Telkens nadat een keuze gemaakt is, voelt het kind zichzelf daarvoor verantwoordelijk. Het spreekt voor zich dat dit leidt tot meer zelfkennis; een onmiskenbaar fundament voor zelfvertrouwen.
Het waken voor zelf-overschatting verliezen kan ook van iemand die een 'lagere rating' heeft. "Overschat jezelf niet (of onderschat je tegenstander niet); arrogantie is een valkuil die op de loer kan liggen. Heb respect en stel je gelijkwaardig op. Laat op het bord zien dat je goed kan schaken."
Het waken voor zelf-onderschatting winnen kan ook van iemand die een 'hogere rating' heeft. "Onderschat jezelf niet (of overschat je tegenstander niet); heb vertrouwen in je eigen kunnen. Stel je gelijkwaardig op. Laat op het bord zien dat ook jij goed kan schaken. Winst is dan een stuk dichter bij."
Het leren omgaan met een goed resultaat winst is goed voor het zelfvertrouwen en de zelfverzekerdheid; er van genieten is heel belangrijk, maar tegelijkertijd rekening houden met een (tegenst)ander is niet minder belangrijk.
Het leren omgaan met een minder goed resultaat geldt voor iedereen: tegen verlies kunnen moet je leren.



