Het is altijd aardig om bij andere schaakclubs in de regio op bezoek te gaan, al was het alleen maar om te merken hoe goed wij, Witte Paarden, af zijn met onze speellocatie en de geweldige sfeer op de clubavond. Altijd volop leven in de brouwerij, vaak één of meer externe wedstrijden en daarnaast altijd meer dan 20 partijen voor de interne. Het tweede ging voor de tweede ronde van de competitie op zoek bij Waagtoren 4 in Alkmaar. Deze fusieclub is qua grootte, ambities en activiteiten vergelijkbaar met de onze: circa 90 leden spelen er interne. Dat doen zij in de binnenstad van Alkmaar, in een etablissement met de fraaie naam “Het Gulden Vlies”. Ongetwijfeld een locatie met een roemrucht verleden en ook nu nog een prettige sfeer. Nadeel is wel de relatief kleine speelzaal in vergelijking tot onze schaaklocatie: de grote zaal van de Herensociëteit is zeker twee keer zo groot, en dan hebben wij nog de beschikking over de kleine zaal. In die kleine bovenzaal in Alkmaar (met bar) zaten zo’n 80 man te spelen. In dit echte schaakhol liet het tweede zich niet van de wijs brengen door de logischerwijs vrij luidruchtige atmosfeer en speelden onze mannen een goede wedstrijd.
Bord 1 was het snelste klaar. Peter Beerens had een groot ratingoverwicht en zo’n 15 zetten ook een groot stellingsvoordeel. Zwart moest een stuk geven om niet mat te gaan en had toen net zo goed kunnen opgeven. Dat hij doorspeelde was vooral zelfkastijding. Pas toen Peter een toren en een aanval voorstond vond de Waagtorenaar het genoeg. (0-1)
Op bord 2 werd David Joziasse geconfronteerd met het type tegenstander dat hij het meeste vreest. De witspeler speelde een tamme opening, ondernam niets en speelde snel. Eerst voor de hand liggende en later – dankzij Davids creatieve spel - gedwongen zetten. David behaalde groot voordeel, maar de stand op de klok was dramatisch. Met nog zo’n 12 zetten te spelen had wit nog één uur bedenktijd, zwart nog een minuut. Dat ging natuurlijk fout, niet op het bord, naar wel op de klok, want David weigerde te gaan vluggeren en liet zijn vlag vallen in nog steeds goede stelling. Tragisch om één van de meest creatieve HWPers zo ten onder te zien gaan. (1-1)
Hendrik Jan Gabriëls op bord 3 kwam ook goed uit de opening, maar het vinden van een goed plan kostte (te) veel tijd. Uiteindelijk koos Hendrik Jan een slecht plan, dat een pion kostte. Door het activeren van zijn stukken mocht hij toch nog op een goede afloop hopen, totdat hij op de 36ste zet een toren liet instaan. (2-1)
Op Bord 4 speelde André Hendriks een moeilijke partij. Een Najdorf-Siciliaan kreeg trekken van een Draak. André met zwart ruilde zijn fianchettoloper af om de witte pionnenstelling te verminken. Wit stelde een batterij op van dame en loper op de zwarte velden, maar een sterk zwart paard op e5 hield de witte stukken in bedwang. Een mogelijkheid om met zwart verder te komen en actief te worden, viel niet te zien. Dynamisch evenwicht heet dat en een correcte remise. (2½-1½)
Op Bord 5 speelde Adrie Pancras tegen de sterke Iwan Bos een prima partij. Geconfronteerd met zijn eigen lijfopening forceerde Adrie met wit een verzwakking van de zwarte pionnenstelling, die hij even later inruilde voor een sterk paard op e5. Ondanks dameruil hield hij initiatief en met geduldig manoeuvreren – a la René Duchene, zoals Adrie zelf zei - bracht hij zwart in problemen. De zwarte stukken stonden elkaar in de weg en Adrie won een kwaliteit en niet lang daarna de partij. Een modelprestatie!. (2½-2½)
Op bord 6 had Frank Beverdam een moeilijke avond. Een moeilijke mengeling van Slavisch en Catalaans bracht hem een stelling met weinig ruimte en een dreigend wit centrum. Na dameruil bleef Frank wat minder staan, maar hij slaagde er in zijn paarden op de goede velden te krijgen en forceerde zo een gelijkwaardige remise. (3-3)
Eduard Leinwand op bord 7 was goed bezig: Met wit in een g3-Koningsindiër hield hij ruimtevoordeel en na ruil van wat lichte stukken druk tegen de zwarte damevleugel, met name langs de halfopen c-lijn. Vlak voor de 36ste zet wikkelde hij af naar een stelling met een witte dame en 2 pluspionnen tegen twee slecht samenwerkende torens. Eduard won een derde pion en kreeg even later een toren cadeau. (3-4)
Daarmee stonden we 4-3 voor en was alle aandacht gevestigd op de partij van Ben de Jong op bord 8. Uit een Tarrach-verdediging met zwart c5-c4 was een stelling ontstaan waarin wit onaangename druk op het zwarte centrum kreeg. De verwikkelingen in het middenspel waren echter niet ongunstig voor Ben. Na een boeiende afwikkeling ontstond een eindspel met torens en twee witte lopers tegen twee zwarte paarden. Ben ruilde een paard tegen een witte loper en leek makkelijk remise te gaan maken. Hij bood dat ook aan, maar wit speelde natuurlijk verder met het oog op de stand van de wedstrijd. In de uitvluggerfase kwam wit in een paard-lopereindspel nog dicht bij de winst, maar toen hij zijn koning op dwaalwegen stuurde had Ben moeten winnen. Met nog een enkele minuut op de klok lukte dat niet, maar Ben perste er wel een duidelijke remise uit, waarmee hij de eerste matchpunten voor HWP 2 binnenhaalde (3½-4½). Gezien het ratingoverwicht misschien een benauwde zege, maar in de wedstrijd waren de ploegen gelijkwaardig. De overwinning was uiteindelijk niet ongelukkig, maar zeker verdiend.






