HWP Haarlem VII - De Uil V 6½-1½
Het zevende staat al voor de kerst op de rand van het kampioenschap in klasse 4D. In deze klasse met maar zes teams werd de derde opvolgende overwinning behaald door De Uil 5 overtuigend met 6½-1½ te verslaan. Als de volgende wedstrijd tegen Wijker Toren 5 (pas begin maart 2008) wordt gewonnen is de buit binnen.
Op deze site werd laatst opgemerkt dat de even HWP-team (2, 4 en 6) het zoveel beter doen dan de oneven. Op die regel is HWP 7 zeker een uitzondering. Onze club wordt in de breedte steeds sterker en dat heeft dit jaar geresulteerd in een zevende team dat zeker te sterk is voor de vierde klasse en dan ook met kop en schouders boven de concurentie uitsteekt.
Tegen de Uil 5 ging het van een leien dakje.
Bart de Valk bracht het eerste punt binnen. Hij viel met wit tegen een tandeloze Leeuw aan op de damevleugel en wist daar al snel een pion te veroveren. Toen de zwartspeler iets terug probeerde te doen ging het van kwaad tot erger en veroverde Bart groot materiaal.
Een meevaller was de één van René Schulenberg. Die was goed uit de opening gekomen, maar sprong daarna te slordig met het hout om. Als snel stond hij een kwaliteit en drie pionnen achter. René bleef echter consequent op de aanval spelen en bij de eerste de beste echte dreiging bezweek de witspeler. Die gaf op in een stelling waarin hij zich zeker nog succesvol had kunnen verdedigen.
Huub Elzerman kwam met zwart in de opening al snel in het voordeel. Toch leek wit zich nog te handhaven met een sterk wit paard op e5. Nadat dat paard was afgeruild drongen de zware stukken van Huub de witte stelling binnen en zaaiden dood en verderf.
Ook Hans Jansen moest met wit een Leeuw bestrijden. Daar had hij geen moeite mee. Na eerst de zwarte koningsvleugel ernstig verzwakt te hebben, bleef hij ook na dameruil consequent op aanval spelen. Dat was de zwartspeler te veel en één zet voor het onafwendbare mat gaf hij op.
Willem de Ruig liet met zwart zien hoe je de Leeuw wel moet behandelen. Hij belegerde een zwakke witte pion op d3 en zette iets later een witte toren op b3 compleet buitenspel. Afwikkelen naar een eindspel en daarin met feitelijk een toren meer op mat spelen waren de volgende logische stappen van Willem.
Altijd boeiend zijn de partijen van Frits Bakkes. Frits viel weer fris van de lever aan, maar de zwartspeler deed het nodige terug. Er kwam een gelijkstaand eindspel op het bord. Frits profiteerde van een fout van zijn tegenstander en won een stuk tegen twee verbonden vrijpionnen. “Gewonnen” verklaarde Frits heel stellig achteraf. Op Kramnik-niveau wellicht, maar dat halen we geen van allen. In de praktijk rukten de zwarte vrijpionnen gevaarlijk op en had het witte paard het daar heel moeilijk mee. Een remiseaanbod van Frits werd afgeslagen en de toeschouwers kregen in het moeilijke eindspel waar voor hun geld. Fris verdedigde zich aanvankelijk goed, maar toen hij zijn koning te passsief had opgesteld en het witte paard op dwaalwegen was beland, slaagde de zwartspeler er in één van zijn vrijpionnen te laten promoveren.
Frits Welling had het moeilijk aan bord één. Na een kalme Italiaanse opening (in de boekjes van Euwe als “giuoco pianissimo” bekend) onstond een boeiende strijd. Wit viel op de koningvleugel aan, Frits deed met zwart iets terug op de damevleugel. In de uitvluggerfase leek wit aan de winnende hand, maar plotsklaps stond er na een vreemde afwikkeling een gelijkstaand dame-eindspel op het bord, dat remise werd gegeven.
Mark Hemelrijk was het laatste klaar, maar het punt bij hem had ik al veel eerder geteld. Hij kwam met ruimtevoordeel uit de opening. Er ontspon zich een strijd rondom een zwak/sterke witte pion op e5, die Mark glorieus in zijn voordeel besliste. Hij vrat de ganse zwarte damevleugel op en mocht damehalen eer zwart eindelijk opgaf.





