
(Met dank aan Bart Gijswijt)
“Ik sta voor de ruïnes van mijn wereldbeeld.“
– J.H. Donner –
Een prachtige metafoor. Geschreven door Jan-Hein Donner in 1971. Dat was zijn geluk. Want ChatGPT kan veel (nog) niet, maar wat ik hoor is dat het wel goede metaforen kan bedenken. En dat zou een grote bedreiging zijn voor een auteur. Wie gelooft nog in mijn metaforen? Dit verschijnsel heet The Liar’s Dividend. Een ongewenst effect van de AI-revolutie is dat, nu iedereen weet dat nepteksten bestaan, gemakkelijk kan worden beweerd dat een echte tekst nep is. Moet ik bij elk stuk vermelden: niet geschreven met behulp van ChatGPT? Dat is trouwens ook niet waar. Ik heb een idee, werk dat uit, maar heb niet alle informatie paraat, zoals sommige namen of jaartallen. ChatGPT als encyclopedie. Donner gebruikte vast ook encyclopedieën, al zou hij dat waarschijnlijk ontkennen. En fouten kan ChatGPT er ook goed uithalen. Maar kan het ook schrijven?
Ik nam de proef op de som. Ik vertelde ChatGPT dat mijn wereldbeeld kapot was. Niets over ‘staan’ of ‘ruïne’. Opdracht: maak er een korte, krachtige metafoor van. Uitkomst: Mijn wereldbeeld is een kompas dat nog draait, maar geen noorden meer kent.
Lelijk.
Ik hielp een handje en voerde ‘ruïne’ in. Het werd er niet beter op. Er is dus nog hoop voor mij. Voorlopig legt de computer het af tegen Donners schrijftalent en verbeeldingsvermogen
Maar kunnen mijn Aantekeningen dan misschien wél door ChatGPT worden geschreven? Ik gaf de opdracht: ‘Schrijf een column over schaken, met wat filosofie, humor en minstens één metafoor.’ Het resultaat was slecht. ‘Kan beter,’ zei ik. Weer kul. Omdat ik zelf ook meerdere redactierondes nodig heb, gaf ik ChatGPT nog één kans: ‘Kom op, meer literair.’
De lezer mag bepalen of er verschil is. En zo ja, dan hopelijk in mijn voordeel. Want als iemand zonder een sikkepit taalgevoel een lezenswaardige column kan schrijven door wat begrippen in te voeren en de juiste aanwijzingen te geven, ben ik overbodig. Er is weinig zo pijnlijk als overbodig zijn.
Dit was de uitkomst.
Aantekeningen uit de krochten van HWP door ChatGPT
Wit begint. Ik heb dat altijd een merkwaardige regel gevonden. Niet dat wit begint, maar dat iemand moet beginnen. Voor de eerste zet is er namelijk nog niets mis. Alle stukken staan waar ze horen. Geen pion is zwak, geen koning bedreigd, geen paard verdwaald aan de rand van het bord. Twee legers tegenover elkaar in volmaakte harmonie.
Dan speelt iemand e4. Vanaf dat moment begint het verval. Er ontstaan gaten. Diagonalen gaan open. Een loper kijkt ineens naar iets waar hij eerst niet bij kon. Paarden springen naar voren alsof ze niet weten wat hun te wachten staat. De koning vlucht vroeg of laat naar een hoek en noemt dat rokeren.
Ik houd van het ogenblik vóór de eerste zet. Het bord is dan een dichtgevroren meer. Glad, wit, ongeschonden. Je weet dat eronder diepte zit, maar niemand is er nog doorheen gezakt.
Daarna komt de geschiedenis. Een onnauwkeurigheid op zet zeven kan twintig zetten later nog ergens liggen te rotten. Je vergeet haar zelf allang, tot je tegenstander precies op die plek zijn dame neerzet.
‘Daar ging het mis,’ zegt iemand na afloop. Meestal wijst hij een zet aan. Dat vind ik geruststellend. In het leven lukt dat zelden. Daar moet je het doen met vermoedens: een baan die je aannam, een deur die je dichttrok, iemand tegen wie je niets zei. Bij schaken zetten we na afloop alle stukken terug. Dat is misschien wel de mooiste leugen van het spel. Alsof er niets gebeurd is.
‘Nog een partij?’
Er zit best nog een aardige zin of vondst tussen. Maar wat mij betreft is HWP voorlopig nog niet van mij af.







Geef een reactie