Het derde blijft vooralsnog puntloos

HWP Haarlem K3 – Botwinnik K1 (3-5)
donderdag 27 november 2025

Kritieke tijden zijn aangebroken voor het derde: na drie nederlagen neemt de noodzaak punten te pakken met elke wedstrijd verder toe om de miraculeuze promotie van vorig jaar te converteren tot lijfsbehoud in de derde klasse. Laat conversie nou net niet het sterke punt van het derde zijn dit jaar…

Bij aankomst in de Kennemer Sporthal worden we geredigeerd naar een hokje in de krochten van het gebouw, waarvoor eerst een klein doolhofje moet worden uitgepuzzeld. Aldaar aangekomen blijken een aantal spelers van het tweede, waar we een piepklein zaaltje mee delen, de stukken al te hebben opgezet (hulde!). Zij hebben dan ook al een indeling van het zaaltje bedacht, volgens een systeem dat redelijk onnavolgbaar en wellicht ook niet het meest ruimte-efficiënt was. Gelukkig was onze tegenstander daarop voorbereid en kwamen zij slechts met zijn zevenen opdagen, waardoor er alsnog wat loopruimte was ontstaan.

Daan beleefde daardoor een hele korte middag, en waar mij dat dat wellicht een klein dankgebedje zou hebben ontlokt omdat ik dan zou zijn bevrijd uit dit kleine leslokaaltje, laat Daan zijn ongenoegen blijken. Ja, hij mag inderdaad weer naar huis, en nee, er komt echt geen tegenstander. Met de vechtlust zit het daar in ieder geval goed.

Helaas lukte het de rest van de spelers niet om dit begin een passend gevolg te geven. Allereerst ontlokte de speelomgeving, of was het nou een laat avondje Cambuur, of een combinatie van die twee, Olafs tegenstander tot het spelen van een vrij onorthodoxe opening die zo snel mogelijk naar een zetherhaling werd gestuurd. Olaf keek met zwart wel of er nog een goed alternatief was, zag dat echter niet, en besloot vervolgens ook maar een snippermiddag te nemen.

Ondertussen was het spelbeeld op de overige borden, waar wel werd geschaakt, wat gevarieerd. Toen ik vluchtig rondkeek leek het erop dat Peter en Rob een plusje hadden en Jeroen vooral tegen een complexe stelling aankeek, waarin hij over de donkere velden wel het betere spel leek te hebben. Daarentegen leek mij, ongehinderd door enige specifieke openingskennis, dat Mink niet echt genoeg druk had op het witte centrum en Ben had een huisvariantje gespeeld, waarin ik de compensatie voor een geofferde pion niet direct kon zien. Maar dat kan natuurlijk ook aan mijn wat behoudender spelbeeld liggen, waar wilde gambietjes en offers niet zo vaak voorkomen. Op mijn eigen bord was inderdaad een rustige stelling ontstaan, waarin wit met een isolani bleef opgezadeld en daarbij niet echt het actieve stukkenspel leek te hebben dat deze structurele verzwakking moet compenseren. Tel daarbij het gratis puntje op, en het leek erop dat we alle kans hadden op matchpunten.

Niet lang daarna echter twee ongunstige ontwikkelingen. Allereerst had Mink de verkeerde toren gespeeld, en bleek de positionele oplossing voor dit probleempje een tactisch bezwaar te hebben waardoor hij pardoes een heel stuk verloor. Dat hij nog relatief lang doorspeelde zal vast zijn geweest om het gebeurde even rustig te verwerken, want een tegenkans of überhaupt iets van compensatie was in geen velden of wegen te bekennen. Maar: van opgeven is nog nooit een stelling verbeterd, dus eigenlijk getuigt dit precies van de vechtlust die we bij het Derde nodig gaan hebben in de rest van het seizoen. Ondertussen was het huisvariantje van Ben vrij definitief ontspoord nadat zijn eigen koning in het open veld bleef staan. Zijn tegenstander speelde het eerst nog ietwat twijfelend, maar vond even later wel de krachtzetten die de witte stelling definitief sloopten. Toen er een toren insloeg op b2 was het mat onafwendbaar en gaf Ben op.

Op mijn eigen bord ondertussen had ik, met zwart, een droomopstelling bereikt tegen de geïsoleerde witte d-pion:

De pion is voor eeuwig geblokkeerd, van actief tegenspel is geen sprake, en als kers op de taart heb ik ook nog eens het loperpaar. Genoeg reden voor optimisme dus, maar zowel schaaktechnisch als psychologisch is het voor mij lastig dergelijke stellingen te winnen. Voor een geslaagde conversie naar meer moet je immers vaak eerst meer onbalans in de stelling brengen, maar dan moet je 1) wel op waarde kunnen schatten in wiens voordeel zo’n verandering van de stelling dan is en 2) het comfort van je opgebouwde voordeeltje, waarvan je het bestaan wéét, durven inruilen voor een ander voordeeltje, waarvan je het bestaan alleen vermoedt. Dat blijft, in de door Loek aangedragen SWOT-analyse, één van mijn grotere zwaktes. Ik speel het klassieke plan tegen de isolani, weliswaar volledig engine-approved, maar toch ook wel heel vervlakkend:

1.. Tad8 2. b3 Tfe8 3. Pd3 Lxg3 4. hxg4 Le4 5. Dc3 Lxd3 6. Txe8+ Txe8 7. Dxd3

Het is duidelijk dat zwart een voordeeltje heeft, maar mij gaat ook steeds meer dagen dat ik niet weet hoe het nou verder moet. Ik zie geen duidelijk manier om de druk op de witte stelling verder op te voeren, speel mijn dame naar een verkeerd veld (7… Dd6) en krijg dan na 8. Td1 een remise-aanbod. Ik neem nog even de tijd om de overige borden te bekijken: bij Peter lijkt het voordeel wel verdwenen, maar Rob en Jeroen leken me nog altijd ergens tussen beter en veel beter te staan en ik aanvaard het aanbod. Onaanvaardbaar natuurlijk, want de enige speler die überhaupt uitzicht heeft op meer is nog altijd zwart, en de straftraining van zondagochtend was meer dan op zijn plaats.

Ongeveer gelijktijdig krijgt ook Peter remise aangeboden. Zijn stelling is dan duidelijk verslechterd, en verlies is dichterbij dan winst. Ook hij gaat dus akkoord. En hoewel dit verslag niet helemaal de chronologische volgorde aanhoudt, blijft dan een 2,5-3,5 tussenstand over. Er is daarmee dus nog genoeg werk te verrichten voor Jeroen en Rob om matchpunt(en?) binnen te halen.

Bij Jeroen ziet het er lange tijd goed uit, zeker als de donkere velden rond de koning van zijn tegenstander kritiek verzwakt lijken:

Jeroen, spelend met zwart, speelt zijn loper effectief om met 1 .. Lh6!, om na 2. Tfe1 Lxf4+ 3. Kh1 een sterke koningsaanval te hebben met bovendien een groot gapend gat op g3 voor zijn stukken.

Met een vervolg als  3.. Pg3+ 4. Kg1 Dc5+ zou wit in onoverkomelijke problemen zitten, omdat tussenplaatsen met Df2 een kwaliteit verliest na Le3 en weggaan naar Kh2 faalt op de fraaie stille zet Ld6, waarmee zowel het aftrekschaak aan kracht wint als de witte troef op d5 onschadelijk wordt gemaakt. Een hele duidelijke variant die direct eindigt in stukwinst of mat is dit echter niet en Jeroen speelt wellicht daarom de loper naar g3 met het idee de e-lijn te winnen, om er na 4. Te4 achter te komen dat dit plan kan worden verijdeld. De computer keert op zijn schreden terug met 4. .. Lf4, maar dat is voor een mens altijd verdraaid lastig. Na 4. .. Txe4 verliest de zwarte aanval echter aan kracht en heeft wit bovendien de e-lijn in handen. Hoewel er nog wel een voordeeltje overblijft is het sprankelende er wel vanaf, en Jeroen berust niet veel later in remise.

Dan blijft Rob als laatste matadoor over, nadat hij een fraaie partij heeft gespeeld. Feitelijk is zijn tegenstander in het centrum helemaal zoekgespeeld, maar de concrete winstvarianten zijn lastig en Rob wikkelt uiteindelijk af naar een stelling met een pionnetje extra, maar waarin zwart wel actief is geworden:

Op het eerste gezicht lijkt dit een zeer goede stelling voor wit, met actieve stukken, een pionnetje extra, en druk op de zwarte koningsstelling. Maar hier zien we vooral dat schaken in de KNSB-competitie wel degelijk een teamsport is, waarin de resultaten meer zijn dan alleen de optelsom van de individuele prestaties. Inmiddels is de stand immers 3-4 in ons nadeel. Dat betekent dat de zwartspeler vól kan spelen op remise, en dat Rob dit uit de weg moet gaan om kansen op een matchpunt te houden. Bij een omgekeerde stand zou de zwartspeler remise juist uit de weg moeten gaan, en dan zou hij niet de beschikking hebben over de fraaie oplossing die hij nu wel weet te vinden: 1. .. Pg5 offert een volle toren om eeuwig schaak te kunnen geven. Dat mag Rob niet laten gebeuren, dus hij moet doorspelen met 2. Kg2 Pe4 3. Dd4 Pxd6 5. exd6+ Kg8, waarmee hij een kwaliteit geeft maar nog steeds actief staat.

Het thema herhaalt zich echter: objectief gezien heeft wit genoeg om ergens zelf eeuwig schaak of een zetherhaling af te dwingen, maar dat leidt dus tot remise en dat moet Rob juist uit de weg gaan. Dat geeft de zwartspeler de mogelijkheid om dames te ruilen, waarna het eindspel gewonnen is voor zwart. De conversie daarvan gaat niet vlekkeloos, maar telkens weer wordt hij in het zadel geholpen doordat Rob niet alleen probeert te verdedigen, maar juist speelt op mogelijke winstvarianten. Dat dit uiteindelijk resulteert in een nul is een hard gelag, maar van zulke vechtlust gaan we het de komende ronden moeten hebben met het derde.

En om met een positieve noot te eindigen: hoewel we nu puntloos achteraan staan hebben we alle concurrenten voor degradatie nog tegoed. We zijn dus nog zeker niet ten dode opgeschreven, maar dan moet er wel wat meer peper in! Wat dat betreft kunnen we allemaal een voorbeeld nemen aan Rob.

Gedetailleerde uitslagen

HWP Haarlem K3 (2008)3 – 5Botwinnik K1 (2025)
Olaf Vlieger (2115)♞ ½-½ ♘Julian Oskam (2001)
Daan Heus (2114)♘ 1-0R ♞ NO (0)
Jeroen Schoonackers (2058)♞ ½-½ ♘Max Kanbier (2144)
Rob Mulder (2003)♘ 0-1 ♞Rogier Zoun (2037)
Roel Faber (1952)♞ ½-½ ♘Yde van Deutekom (2056)
Peter Beerens (2024)♘ ½-½ ♞Arno Middelkoop (1956)
Mink Muskens (1881)♞ 0-1 ♘Arno van der Lubben (2011)
Ben de Jong (1919)♘ 0-1 ♞Erik Middelkoop (1973)

5 reacties op “Het derde blijft vooralsnog puntloos”

  1. Harry Lips avatar
    Harry Lips

    Mooi verslag. Die mooie winstpartijen zitten er zeker nog in, maar het moet wel een keertje meezitten. Of hebben we al het geluk vorig seizoen al gehad?

  2. Herwig avatar
    Herwig

    Mooi verslag Roel. Bij het derde is er geen sprake van het dunning-krugereffect, maar is eerder de ketchupflestheorie van toepassing.

  3. Adrie Pancras avatar
    Adrie Pancras

    Mooi verslag maar waarom is de uitslag 2-5 in plaats van 3-5?

    1. Bart Gijswijt avatar

      Bugje, blijkbaar wordt een reglementair punt niet geteld.

  4. Mink Muskens avatar
    Mink Muskens

    Tja, wat kan ik zeggen, soms lijkt het of vechtlust het enige is wat ik nog heb. Maar ik voel aan dat volgende maand ons moment wordt. 🙂

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *