Zoals bekend was het derde na vier speelrondes nog altijd puntloos. Helemaal kansloos was de zaak niet, omdat we alle andere degradatieconcurrenten nog tegoed hadden. Deze reeks degradatiekrakers begon in de vijfde ronde, uit tegen DD.
Na de vorige rondes, waarin we wel degelijk kansen hadden op punten maar steeds puntloos huiswaarts moesten, was het zaak om de teamgeest bij het derde eens flink aan te wakkeren. Daartoe hadden we gelegenheid tijdens de gezamenlijke treinreis naar het Haagse DD. Terwijl de route werd uitgestippeld kwamen we op het goede idee het laatste stuk van de reis te wandelen. Daarmee konden we niet alleen de broodnodige Vitamine D binnenkrijgen (het was niet bepaald schaakweer afgelopen zaterdag), maar ook eens met elkaar in gesprek hoe we de punten nu eens wel binnen gaan harken. De strategie in het kort: op borden waar we beter staan eens een keer wel winnen, en op borden waar we slechter staan eens een keer niet verliezen. Elegant in zijn eenvoud.
Goed, om zo’n strategie uit te voeren moet er ook op genoeg borden wat overwicht ontstaan. Na twee uur spelen nog geen resultaat, maar zag het er wel weer prima uit. Olaf leek, met de nadruk op leek, er hard doorheen te gaan bij zijn tegenstander. Mink had een pionnetje geofferd (of was het geblunderd?), maar had op het oog meer dan genoeg compensatie. Bij Hubrecht, Rob, en Daan zag ik vooral chaos op de borden zonder dat het leek over te hellen naar de ene of de andere speler. Ook bij Peter leken de kansen gelijk, Roel had een prettige stelling waarin er nog genoeg geschaakt moet worden en alleen Herwig leek toch duidelijk minder te staan. Al met al leken de onzen dus de iets betere kansen te hebben.
Bovendien hadden we allemaal een lekker gevoel omdat Olaf op het eerste oog dus een sterke koningsaanval leek te hebben. Die tekende zich vooral af na Olafs 1.Ld3:
In een stelling met tegenovergestelde rokades weet iedere schaker dat je zo snel mogelijk je pionnen naar voren moet gooien om mat te zetten voordat je tegenstander dat bij jou doet. Het is daarbij vaak cruciaal om alleen strikt noodzakelijke verdedigende zetten te spelen, om zo genoeg tijd over te houden voor je eigen aanval. Lastig natuurlijk, want één rekenfout waarin je besluit niet te verdedigen als het wel moet leidt ook al snel naar mat. Een balansoefening dus, waarin Olaf beter weet te bluffen dan zijn tegenstander.
Hij had wel degelijk gezien dat zijn aanval na 1.. .. f5 2. gxf5 c4 3. Le4 Lf6 helemaal niet door zou slaan, maar zag geen andere manier om de stelling te spelen. Het blijkt dat wit ervoor kan kiezen met 2. g5 de stelling gesloten te houden, waarna de zwarte stukken ook geen weg kunnen vinden naar de witte koning. De resulterende positionele stelling is een stuk beter na wit.
Na het gespeelde 4. Dg2 moet zwart voor de eigen kansen gaan en 4. .. a4 spelen, om zo snel mogelijk zelf aan te gaan vallen. Wit kan een pion snaaien en eng lijken te doen met 5. Lxh6, maar na 5. .. a3 6. b3 Dc7 is de witte aanval doodgebloed, terwijl die van zwart juist winnend is. Zwart knippert echter eerst, en stuurt na 4. .. Kh8 5. Tdg1 zijn beste verdediger het open veld in met 5. .. Ld4.
Olaf maakt dankbaar gebruik, en na 6. Dg6 is goede raad duur, maar 6. .. Lxg1 is het zeker niet, want 7. f6 is mat in een paar, dat de zwartspeler dan ook uit laat voeren.
So far, so good, en de strategie tot in het uiterste doorgevoerd door zelfs op een bord waar je feitelijk slechter staat de winst mee te graaien. Even later volgt Herwig het voorbeeld, maar hier door op een slechter staand bord professioneel remise te maken. Uit de opening staat het immers zo:
De engines slaan wild uit en geven wit winnend voordeel, en ook ieder mens van vlees en bloed zou z’n handjes dichtknijpen als hij hier de witte stelling mag spelen. Herwig ziet het gevaar en geeft na 1. Td2 een pionnetje om maar actief te worden met 1. .. Pd5. In het vervolg speelt hij kalm, veegt zo snel mogelijk alle torens van het bord en komt in het ongelijkelopereindspel al snel remise overeen. Niet veel later kan ook Peter een wat slechtere stelling remise houden, doordat zijn tegenstander ingaat op een zetherhaling.
Bij zowel Hubrecht als Rob is dan een voor de toeschouwers onnavolgbare stelling verschenen. Bij Hubrecht liep dat fout af, nadat hij op het provocatieve 1. Pd6 had gereageerd met 1. .. Db8.
Oké, dat paard staat nu in de penning waardoor er geen aftrekaanvallen mogelijk zijn, maar echt gezond oogt dit niet. Na het logische 2. Lg3 moet zwart het hebben van Ph5, waar ook nog het nodige kunst- en vliegwerk aan te pas zou moeten komen als wit had ingezet op een koningsaanval met 3. Pg5. Wellicht dat Hubrecht deze variant daarom afkeurde, maar het gespeelde 2. .. e5 is ook niet echt goed, omdat wit in de complicaties altijd gebruik kan maken van de zwakke zwarte stukken op de d- en e-lijn. Zoals het ging verloor Hubrecht een stuk, waarna hij de strijd staakte.
Ongeveer gelijktijdig keerden de kansen definitief in het voordeel van Rob, nadat zijn jonge tegenstander de positionele manier om een voordeeltje te halen naast zich liet liggen omdat de koningsaanval er ook wel heel appetijtelijk uit zag. De complicaties die volgden waren onnavolgbaar, ook voor Rob, wiens commentaar zo goed is dat ik het graag herhaal:
In onderstaande stelling speelt zijn tegenstander met wit 1. d5, dat door Rob als volgt wordt beoordeeld: ‘Ik kan vandaag een vraagteken geven, maar gisteren had ik het gevoel dat we Russisch roulette aan het spelen waren.’ Goed, of een vraagteken dan helemaal terecht is kan je bediscussiëren en lijkt meer een artefact van het computertijdperk, waarin wel vaker kwistig wordt gestrooid met de leestekens. Feit is wel dat de zet het einde van de witspeler inluidde, want na 1. .. exd5 2. cxd5 Pb4 3. Db3 is Rob niet te bang om de pion op d5 mee te snaaien met 3. .. Pxd5, ook al gaat hij daarmee vrijwillig in de penning staan. Hij lokt echter vakkundig zijn tegenstander naar voren, die met 4. Txc7? toehapt, maar vergeet dat zijn eigen koning nou ook niet bepaald veilig staat.
Rob profiteert, en via 4. .. Txf1+ 5. Kxf1 Tf8+ 6. Kg1 Kh8 staan al zijn stukken actief en moet wit aan de noodrem trekken met 7. Txe7, waarna er in ieder geval nog rommelkansen zijn. Nadat hij dit verzuimde en het veel minder goede 7. Txb7 speelde, kon Rob een stuk winnen met 7. .. Lxg5.
Terugslaan met het paard mag niet vanwege mat op de onderste rij, en terugslaan met de loper verliest het paard op e4. Ook het gespeelde 8. Ld4 is meer een wanhoopspoging dan iets anders, en Rob kon mat zetten na 8. .. Dxe4 9. Lxg7+ Kg8 10. Lc3 Le3+ 11. Kh1 Tf1#.
Drie jongeren – in de context van het schaken kan ik dit woord wat ruimer interpreteren dan normaal en mijzelf daar dus ook nog bij voegen – spelen nog, en we staan door het voorgaande geweld 3-2 voor. Daan lijkt inmiddels te gaan verliezen, nadat zijn tegenstander een nietsontziende koningsaanval heeft ontketend. Daartegenover staat dat Mink inmiddels twee pionnen voor staat in een ongelijk loper- en toreneindspel, en dat ook op mijn bord inmiddels een positionele droomstelling staat:
Mijn tegenstander had eerder in de partij verzuimd actief te spelen en is voor eeuwig opgezadeld met een soort Franse loper van het donkerveldige soort op f8. Inmiddels naderen we de tijdnoodfase, en mij is wel duidelijk dat dit positionele voordeel dermate groot is dat zelfs ik dit toch zou moeten kunnen winnen. Na 1. Th7 Lg7 2. Th5 Lf8 kies ik ervoor de zetten éénmaal te herhalen, indachtig de lessen van Loek. Hiermee komt weliswaar de 40e zet naderbij, maar het leidt toch ook vooral de aandacht van de tegenstander af van het spel zelf: gaat hij nu remise maken of niet? Of het toeval is of niet, de beslissende fout komt direct na de zetherhaling:
Via 4. Tdh1 Pf6 5. Th8 Txh8 6. Txh8 laat mijn tegenstander zich de blunder 6. .. Dg7 ontglippen:
7. Pxd6+ is over en sluiten, en nadat ook mijn dame een paar zetten later binnen is geglipt over de lichte velden kunnen de stukken weer terug in de doos.
Daan ondertussen is er ongeveer even hard afgekegeld, maar bij gebrek aan een partij kunnen we hier niet openbaren hoe dat precies ging. Hoe het ook zij, Mink mocht niet verliezen en zou daarmee de matchpunten veilig te stellen.
Gelukkig kon Mink inmiddels niet meer verliezen, en dat gaan we uitgebreid beschouwen omdat de slotzet deze aandacht meer dan verdiend. Mink was rustig bezig met zijn conversie en probeerde vooral de tegenstander dieper en dieper in tijdnood te dwingen voordat hij al te forcerende zetten zou gaan spelen. We komen erin als dit al even aan de gang is, en er nog slechts een paar minuten op de klok van de tegenstander staan:
Het winstplan leek de toekijkers om de koning naar de vrije a-pion te bewegen, om dan daarmee te gaan lopen. Dat lijkt inderdaad prima te werken, en na het gespeelde 1. .. Lc3 2. Kd3 Le1 wint een zettenreeks als 3. Tf5+ Kg6 4. Kc4 inderdaad. Mink vond dat echter wat lang duren. En speelde na de voorgaande zettenreeks er gewoon ééntje die zijn tegenstander direct tot opgeven dwong. Het is een leuk puzzeltje met een grappig motief, dus we laten het even aan de kijker thuis. De opgave is dus als volgt: wit speelt en dwingt zijn tegenstander op te geven.
Daarmee was de 5-3 matchzege binnen en de broodnodige matchpunten konden in de tas mee terug naar Haarlem. Een select gezelschap doorstond daar de levende hel die de Haarlemse Kerstmarkt heet om het succes samen te vieren en smeedde de plannen om ook de komende degradatiekrakers aan te gaan pakken. Van de komende vier partijen moeten er eigenlijk twee gewonnen worden om een goede kans te maken degradatie te ontlopen. We hebben de Kerst nog om gezellig met de familie samen te zijn, lekker te eten, goede gesprekken te voeren en ons aldus op te stellen als ideale partner/vader/zoon/schoonzoon al onze tijd aan het Schaakspel te wijden om zo deze missie tot een succes te gaan brengen!
Gedetailleerde uitslagen
| DD K2 (2039) | 3 – 5 | HWP Haarlem K3 (2004) |
|---|---|---|
| Rogier van Egmond (2054) | ♞ 0-1 ♘ | |
| Onno van Dijk (2057) | ♘ ½-½ ♞ | |
| Imanol Leorato (2188) | ♞ 1-0 ♘ | |
| Chingthang Ngangbam (1991) | ♘ 0-1 ♞ | |
| Gosse Romkes (2036) | ♞ 0-1 ♘ | |
| Andrey Birg (2025) | ♘ ½-½ ♞ | |
| Stan Cortenbach (1935) | ♞ 0-1 ♘ | |
| Raymond Timmermans (2022) | ♘ 1-0 ♞ |







Geef een reactie