Niet op volle oorlogssterkte vertrok HWP K4 op zaterdag 7 februari 2026 naar De Kern in Castricum. Drie auto’s, een fiets en eenmaal het OV hadden we nodig om daar te komen. Dat zou waarschijnlijk efficiënter kunnen, dat beseffen wij ook maar Berend en Harry wilden beslist niet eerst naar de Zijlweg in Haarlem fietsen.
De teamleider reed genoeglijk met Andrii mee die zijn routeplanner in het Oekraïens had ingesteld. We reden maar één keer verkeerd en ik leerde het Oekraïense woord voor rechtsafslaan namelijk “pravoruch” als ik het goed onthouden heb. Lijkt op het Poolse “Prawo”, een taal die ik beter beheers.
In de speelzaal aangekomen werden we verwelkomd door Mr. Castricum himself, Piet van Wonderen – wie kent hem niet – die zelf niet meespeelde maar wel even historisch materiaal aan een clubgenoot moest geven, want schaakclub Castricum bestaat binnenkort 100 jaar.
De wedstijdleider licht de bekende schaakregels toe en informeert ons waar wat extra toiletten zijn, namelijk achter die een beetje verstopte deur waarop ik het grapje maak dat die wc’s verstopt zijn. Niemand reageert.
We gaan schaken. Na een uur is er is er op geen enkel bord nog duidelijkheid maar Bart – die schuin tegenover mij zit – begint plots hard met zijn hoofd te schudden. In HWP’s Babbelbox proberen we Sicco wat psychologische trucjes te leren om je tegenstander subtiel af te leiden. Het hoofd schudden hoort daar niet bij, want dan gaat de tegenstander juist – indien met voldoende tijd op de klok – op zoek naar wat hij tot dusverre gemist heeft. Bart bleek een pion weg te hebben gegeven, maar die won hij later gelukkig terug. Daarna verbeterde zijn stelling en zette hij de tussenstand 1-2 op het wedstrijdformulier.
We laten Bart zelf aan het woord:
“Op bord acht mocht ik met zwart aantreden tegen Thomas Dekker die in geen enkel opzicht deed denken aan zijn fietsende naamgenoot. Een vriendelijke, bescheiden jongeman die voor de partij zei: “Als ik maar niet opnieuw verlies!”.
Met wit koos hij voor een ongebruikelijke voorzetting in de Najdorf−variant na 1. e2−e4 c7−c5 2. Pg1−f3 d7−d6 3. d2−d4 c5xd4 4. Pf3xd4 Pg8−f6 5. Pb1−c3 a7−a6 6. Lf1−e2 e7−e5 7. Pd4−f5?!
(normaal zijn 7. Pb3 of 7. Pf3).
Nu is 7… d5 waarschijnlijk de beste voortzetting voor wit, maar ik besloot tot het scherpe 7… Pf6xe4?! 8. Pf5xg7+ Lf8xg7 9. Pc3xe4 d6−d5 10.Pe4−g5 Lc8−f5 met goed spel voor zwart.
Na dameruil blunderde ik
met 21… Kg8−f7? een pion weg na 22. Pc5xb7 Td8−b8?! 23.Pb7−c5 Tb8—a8, waar 21… Tf7 het materiële evenwicht had behouden. Gelukkig behield ik met zwart tegenspel en was de witspeler zo vriendelijk om met 28. b2−b4?
(28.b3 was de normale zet) het materiaal weer terug te geven. Na 28… d4xc3 29. Ld2xc3 Lf8xb4 30. 30.Ta1−c1 Pc6−d4! kreeg ik winnend voordeel, al moest ik nog wel even opletten op de witte tegenaanval met toren en paard. Uiteindelijk eindigde de partij op de 44e zet met mat”.
De teamleider zelf had ondertussen weer een obscuur gambietje tegen het Scandinavisch op het bord gezet – zelf die middag achter het bord verzonnen – wat leidde tot gemakkelijk spel met een duidelijk plan richting de zwarte koning. Na een behoorlijke fout van de tegenstander werd een stuk gewonnen en om 15:00 uur gaf deze op. Tijdens het diner achteraf hadden Harry en Enno toch wel wat kritiek op deze manier van zijn spelen.
Tijd om het verstopte toilet te bezoeken en daarna een andere deur te openen. En daar stond ik in een zaal met 24 schaakborden – zes rijen van vier – klaar met stukken en klokken om bespeeld te worden maar geen spelers. Het voelde een beetje als in een van de verhalen van Harry Potter. Later vertelde ik een teamgenoot dat dit een schaakmuseum was en aan een ander dat dit een schaakruimte is die iedereen kan afhuren (tegen betaling uiteraard).

Teruggekomen in de speelzaal bleek dat Jan plots verloren had. Aanvankelijk stond hij beter maar er was iets vreselijks misgegaan. Hij en zijn tegenstander wilden analyseren en pakte het schaakbord al op. Ik gaf dat aan dat dat niet hoefde en dirigeerde hen naar de “verboden kamer”. Iets later volgde Bart dezelfde route.
In het cafégedeelte van De Kern stond de tv aan – de 3.000 meter voor vrouwen was begonnen – en gelukkig stond het geluid zacht want de hedendaagse schaatscommentatoren zijn tegenwoordig niet om aan te horen: “als hij nog een zo een rondje rijdt, dan … bla, bla, bla” en meer van dat soort onzin.
We kwamen 3-1 voor. Enno had een heerlijk potje. Walste hard door de verdediging van zijn tegenstander. Ook zij werden naar de schaaktempel geleid.
Later mailde Enno mij zijn visie op het gebeurde:
“Aan het vijfde bord had onze kersvers teruggetreden Enno toch weer plaatsgenomen via een trucje van de teamleider: eerst vragen of hij mee wilde als reserve en vervolgens twee dagen voor de wedstrijddag vragen of ik wilde invallen. Zeg dan maar eens nee. (reactie van de Teamleider: Enno, je bent een schat).
Gelukkig kon ik me nog goed voorbereiden, want aan bord 5 zit altijd dezelfde heer Gerard Kuijs en ik vond ook nog een partij van hem, waarin hij Scandinavisch speelt.
Voorbereiden leek een eitje, maar niet als je dan drie boeken hebt over het Scandinavisch: Jones, Sielecki en Negi. Zaterdagochtend besloot ik tot de aanpak van Negi.
Het kwam allemaal op het bord en ik kreeg een supergoede stelling met taxaties tussen +1 en +1,5. Toch speelde ik weer wat mat, de reden van de vele nederlagen de laatste maanden. Maar ik meende mijn kans schoon te zien in de volgende stelling na 18 … Pf6-h5:
Zwart heeft een stevige stelling, maar wit bepaalt de gang van zaken. Maar hier wint toch 19 Pxf7 Kxf7 20 Dxe6+, toch? Tja wat zal ik zeggen: het tovert de stelling om van +2 naar verloren. Zwart kan het offer gewoon aannemen, waarna dameruil volgt en zwart alleen nog een technische klus, identiek aan bord 1 waar Harry een stuk verloor voor twee pionnen, maar nog wel remise wist te maken. Wat was het beste in de diagramstelling? Een vergelijkbaar offer:19 Lxh6! gxh6 20 Dxh6 en de torens komen de aanval nog versterken.
Maar ik had geluk: Gerard durfde niet op f7 te slaan met de koning en verloor kansloos na 19 … Dd7.”
En dan staat Michael ineens drie pionnen achter en verliest. Even gemist. Hij stond toch lekker. Goed, die twee mochten ook een keuze maken tussen een van de 24 klaarstaande borden om te analyseren. Een kwartier later kom ik in de speelzaal en zie dat Berend en zijn bord verdwenen zijn. Het wedstrijdformulier gaf in ieder geval een beetje duidelijkheid: Berend had verloren. Maar waar was hij? En ja hoor, in het enige tafeltje van het cafégedeelte zat hij met Evert Schmit te analyseren. Ik ging maar weer wat schaatsen kijken, vooral niet luisteren en een 0.0 bestellen à Lollobrigida.
Harry melde mij dat hij geblunderd had. Stuk weggegeven maar ondertussen twee pionnen meer. Het eindspel met beiden een toren en zijn tegenstander een pion extra werd keurig door Harry op remise gehouden maar dat had Enno al verklapt.
Zo bleef op bord 2 alleen Andrii met zwart over. Eerst had hij een pion meer maar zijn tegenstander had veel actievere stukken en die pion raakte Andrii kwijt. Wij keken naar de mogelijkheden en analyseerden in de geheime zaal (zonder een bord te gebruiken) de volgende stelling na Ke4-d4:
“Slaan met de toren op c4 en dan lopen met de pion. Andrii’s pion is eerder, toch?” Later beklaagde Andrii zich: “just for the record but at one moment I looked at the people who were watching the game and I saw only players from Castricum, where were my teammates?” Harry legde aan Andrii uit wat we aan het doen waren en dat we iets later weer allemaal aan zijn bord gekluisterd zaten.
Uiteindelijk was Andrii in een eindspel beland met wits Dame met randpion – tegen Andrii’s eenzame Dame – die schaakjes aan het geven was. Terwijl wij naar de klok keken – 18:00 uur – vreesden wij dat het nog een lange zit zou worden. Maar plotseling vroeg Andrii’s tegenstander naar de stand – 3,5-3,5 dus – en of hij remise mocht aanbieden. Dat mocht en opluchting bij Andrii en bij ons dat hij niet nog 100 zetten getest ging worden.
De volgende dag meldde Andrii zich nog even. Hij had even verloren gestaan in de volgende stelling:
Na 1. Ta1-d1 Dd4xc4 2. Le4xb7 Tb8xb7 volgt 3. Te1-e4 en de dame heeft geen velden. Zijn tegenstander zag het gelukkig niet. Samenvatting van Andrii over zijn partij: “Overall I had an advantage, but couldn’t find a good way to use it.”
4-4 betekent voor onze promotiekansen, dat we met de nummers 1 en 3 in de komende ronden eigenlijk geen punten meer mogen weggeven. Wordt vervolgd.
Mocht u ooit in Castricum zijn, aanschouw dan in ieder geval de mooie geheimzinnige zaal met de 24 schaakborden, kant en klaar voor een toernooi.
Gedetailleerde uitslagen
| Castricum K1 (1835) | 4 – 4 | HWP Haarlem K4 (1905) |
|---|---|---|
| Hans Leeuwerik (1981) | ♞ ½-½ ♘ | |
| Bert van Oudvorst (1994) | ♘ ½-½ ♞ | |
| Sven Heijdenrijk (1959) | ♞ 1-0 ♘ | |
| Fred Kok (1887) | ♘ 1-0 ♞ | |
| Gerard Kuijs (1753) | ♞ 0-1 ♘ | |
| Evert Schmit (1755) | ♘ 1-0 ♞ | |
| Eric van Benschop (1705) | ♞ 0-1 ♘ | |
| Thomas Dekker (1648) | ♘ 0-1 ♞ |






Geef een reactie