Zaterdag 22 november 2025, een bitterkoude dag. Dat kwam vooral door die wind. Terwijl Haarlem zijn 780-jarig stadsrechtenfeest vierde, in het Noorse Lillehammer de Wereldcup schansspringen van start ging, de stadsderby HWP Haarlem K1 – Kennemer Combinatie K1 op het programma stond en Ajax thuis tegen Excelsior mocht aantreden (daar kom ik niet op terug), speelden er in totaal zeven HWP-teams in de CIOS-klaslokalen van het Kennemer Sportcenter tegen evenveel tegenstanders.
Het Denksportcentrum was voor een maand gesloten en derhalve weken we uit naar de thuislocatie van Kennemer Combinatie. Dat doen we dus nooit meer. Zes wedstrijden werden gespeeld in drie klaslokalen op de tweede verdieping, losse tafeltjes, totaal onoverzichtelijk, wie bij welk team hoorde. In één klaslokaal zat iedereen met jassen en dikke truien aan (er stonden ramen open en niemand had een idee hoe die dicht moesten). In een ander lokaal was het snikheet, de ramen waren dicht en de verwarming hoog aan.
Berend had samen Jan Paul het lokaal, waar K4 en K5 speelden, ingericht. Jan Burggraaf werd door Jan Paul hoogstpersoonlijk per lift naar het klaslokaaltje gebracht waar hij op de plek van de juf (of meester) aan bord 3 mocht zitten. De overige borden van K4 waren op een voor Berend logische wijze neergezet. HWP K4 ontving Volendam K1.
Als eerste was Jan Burggraaf klaar. In de gang begeleidde Jan Paul hem naar de lift. Hij meldde dat hij dacht verloren te staan en had opgegeven. In de korte analyse bleek dat hij helemaal niet verloren stond, mopperde hij.
Allard was als tweede klaar: “over mijn partij valt niet veel te schrijven, van begin tot eind in evenwicht. Ik bood remise aan toen ik een fractie beter stond en 10 minuten meer op de klok had.” Daar wil ik wel aan toevoegen dat Allard in eerste instantie reserve was, maar toen Andrii zich op vrijdag ziek afmeldde, was Allard direct bereid om met zwart op bord 1 te spelen. Dank je Allard.
Zelf kwam ik met zwart slecht uit de opening. Problemen met de concentratie in een hok waar 32 schakers in waren gepropt en continu iemand achter je of langs je liep. Tegenstander Jan Veerman bood mij koffie aan en daar kwam hij acht minuten later mee aanzetten. De koffie moest een verdieping lager gehaald worden waar een steile trap de verbinding was. Bij het horecapunt stonden niet alleen schakers in de rij maar ook handballers, hockeymeisjes en toeschouwers daarvan. Toen ik Jan een uur later iets te drinken aanbood, weigerde hij: “dat duurt te lang”.
Na een uurtje of drie kon ik opgeven en Jan alsnog een consumptie aanbieden op de eerste verdieping waar inmiddels wat schaakborden naar toe waren gebracht.
Links zat Berend te spelen tegen een jeugdspeler die af en toe vreselijk moest gapen. Het leek dat hij zijn ogen dicht had maar aan zijn trillende benen kon ik afleiden dat hij niet sliep. Plotseling schrok hij op en speelde hij Lg5-d8 (dit was zijn 32e zet voor de duidelijkheid). Deze loper was verstopt geweest tussen de zwarte pionnen en paard. Berend had hem nooit kunnen zien aankomen. Maar ja, iets later zagen we Berend in zichzelf mopperend door het gangpad naast ons klaslokaal heen en weer lopen.
Het ging om deze stelling na 31. … – Ta7-c7
Zijn reactie: “De partij opgezet zoals het hoort. Wit heeft een loper die geen betekenis heeft.
Ik had alleen voor ogen de combinatie van Pf5xd4 en speelde daarom Ta7-c7. Na deze fout kon ik daarna geen winstweg meer bedenken. Wellicht dat die er wel geweest is, maar ik wilde de stelling niet openen omdat de toren dan op de 7de of 8ste rij zou kunnen binnenvallen en ik geen mogelijkheid meer zou hebben om mijn pionnen te verdedigen. Beter een remise dan verliezen.”
Dan Enno: “Het eerste deel van de partij werd overheerst door de golvende beweging van de taxatie van de stelling: ik (wit) had tamelijk vaak voordeel, maar door af en toe een zwakke zet uit te voeren, leek Henk (zwart) enkele keren dicht bij een gelijke stelling te komen. Dat beviel me natuurlijk niet (zeker achteraf met die 4-4 uitslag). Stand na de 25e zet van zwart.
Ik speelde 26 Te1, maar dat was niet de beste: ik had groot voordeel kunnen behalen met 26 a4, maar dat speelde ik niet, omdat ik niet doorhad dat 26 … b4 27 Te1+ Kf8 28 Pd5 wint voor wit.
Vanuit de diagramstelling beging zwart de beslissende fout met 26 … Kd8? omdat hij iets niet had gezien: de loper op d2 heeft namelijk twee diagonalen tot zijn beschikking. Na 27 Pd5 is de dreiging van La5+ (niet gezien dus door zwart) vernietigend: na 27 … f5 28 La5+ Kc8 29 Pb6+ Kc7 had ik de keuze tussen simpel de kwaliteit pakken met 30 Pxd7, maar ik koos voor 30 g5 Pg8 31 Te8 Pe7 32 Pd5++ met een even simpele stukwinst. Henk ging nog even door maar op zet 45 gaf hij met een komende dame en een paard minder op.”
Roy mocht tegen een jeugdspeler en hij wist deze rustig spelend in de problemen te brengen. Roy deed een zet waarop zijn tegenstander remise aanbood. “Eerst zetten” gebood Roy. De jongeman deed een zet, bood wederom remise aan waarop Roy meteen weer een krachtzet uitvoerde en langzamerhand de winst binnenhaalde.
Bij een 3-3 tussenstand waren alleen Jan Seeleman en Harry nog aan het spelen. Jan stond beter maar had moeite om de tijd op de klok goed waar te nemen. Zijn tegenstander gaf aan dat Jan nog een half uur had. In de analyseruimte kregen we door dat Jan zijn betere stand inderdaad had gewonnen, maar dat Harry verloren had. 4-4, het eerste verliespunt dit seizoen.

Harry stuurde een verslag van zijn belevenissen via Signal:
“Grondig opgesloten in het verste hoekje van het tot speelgelegenheid gepromoveerde klaslokaal speelde ik een akelige pot, waarin ik – met wit – prima zetten afwisselde met akelige blunders. In een voordelige, maar moeilijke stand gaf ik met een stap-2 trucje een pion weg. Daar kreeg ik wel compensatie voor via een gedwongen maar kansrijk kwaliteitsoffer. Mijn tegenstander had weinig tijd en blunderde nog een pion weg. Met twee ver opgerukte vrijpionnen voor de kwal en twee prachtige witte paarden kon ik naar een gewonnen eindspel afwikkelen, maar ik dacht iets makkelijkers te zien.
Dat ging ook nog wel, maar in deze stand had ik met 35.f3 of 35.Dxc5 groot voordeel kunnen houden. Van alle goede geesten verlaten speelde ik 35.e5?? en werd toen bliksemsnel opgeknoopt met de stap 3-truc 35. … Txf2+ 36.Kxf2 Dxh2+. Einde oefening en daar ging onze overwinning op Volendam de mist in.”
Harry appte direct na de wedstrijd dat hij het onaanvaardbare speelomstandigheden had gevonden en hij zal nooit meer in het Kennemer Sportcenter schaken.

Dank aan alle HWP-vrijwilligers die ervoor zorgden dat er in ieder geval geschaakt kon worden. Maar ik ben het met Harry eens: dit nooit meer.
Gedetailleerde uitslagen
| HWP Haarlem K4 (1899) | 4 – 4 | Volendam K1 (1822) |
|---|---|---|
| ♞ ½-½ ♘ | Jan Tol (1983) | |
| ♘ 0-1 ♞ | Erik Steur (1827) | |
| ♞ 0-1 ♘ | Reinier Bodemeijer (1876) | |
| ♘ 1-0 ♞ | Henk Veerman (1804) | |
| ♞ 0-1 ♘ | Jan Veerman (1877) | |
| ♘ 1-0 ♞ | Jan Veerman (1755) | |
| ♞ ½-½ ♘ | Liam Doevendans (1750) | |
| ♘ 1-0 ♞ | Orhan Galip Ozdemir (1705) |






Geef een reactie