K3 moet leren winnen

HWP Haarlem K3 – SHTV K1 (3-5)
zondag 12 oktober 2025

Na twee promoties op rij is de doelstelling voor het derde dit jaar lijfsbehoud in de derde klasse KNSB. Met een versterkt team, bestaande uit ervaren rotten uit het voormalige tweede, de sterkere spelers van het kampioensteam van vorig jaar en talentvolle versterking van buitenaf zou die doelstelling ambitieus maar realistisch moeten zijn. Dan moet er echter wel wat zorgvuldiger met de kansen worden omgesprongen dan we tijdens de tweede KNSB-ronde deden.

In die tweede ronde trad het derde aan tegen de Haagse schaakclub SHTV. Beide teams overlegden 1975 Elopunten gemiddeld en behoren daarmee duidelijk tot de lager gerate-teams van de derde klasse. Het Elo-evenwicht leek de eerste paar uur ook op de borden terug te zien, waarbij wel aangetekend moet worden dat de SHTV’ers het iets betere van het spel leken te hebben.

Bij het naderen van de pre-tijdnoodfase, na ongeveer twee uur gespeeld te hebben, leken de kansen echter ten faveure van de onzen te keren. Dat begon bij Mink, die als enige met duidelijk minder Elopunten aan de wedstrijd begon dan zijn tegenstander. We komen erin op de 16e zet van wit:

Wit heeft zijn openingsvoordeeltje nog steeds te pakken en moet nu verder gaan masseren met zetten als Pd4. Op het eerste oog lijkt het echter dat hij ook een pionnetje mee kan snoepen, en dat is wat hij dan maar deed met 16. Dxd6. Mink pareerde echter accuraat met 16. .. Lxe4, en die mag niet worden geslagen met Txe4 omdat het spelen van eender welke toren naar d8 dan de partij in het voordeel van de zwartspeler zou beslissen. Dit was duidelijk gemist door de tegenstander, die even niet wist wat te doen. Gezien het hiernavolgende zou het kunnen dat de beste man besloot een soort blunderritueel uit te voeren, waarvoor eerst een moedige edoch ietwat pijnlijke zelfopoffering benodigd was. Een betere verklaring voor het vrijwillig pennen van het paard met de zettenreeks 17. Pe5 Tfd8 18. Pd7 Df5 heb ik in ieder geval niet.

Het is in ieder geval duidelijk dat de kansen in het voordeel van zwart lijken te zijn gekeerd. Dat klopt ook, maar dan moet Mink wel even accuraat spelen. Na het gespeelde 19. Td2 Tac8 20. f3 moet zwart blijkbaar verder met 20. .. Lxc2+, gevolgd door het verder opvoeren van de druk op de damevleugel. Mink denkt direct het paard te kunnen winnen met 20. .. Lc6, maar dat zou hebben gefaald op de sterke counterpunch 21. Te5!, gevolgd door Tc5 waarna zwart problemen heeft op de onderste rij. Lastig te zien allemaal, en dus is het niet onlogisch dat wit vervolgt met 21. b4, waardoor na de zettenreeks 21. ..  Dg6 22. Pe5 Txd6 23. Pxg6 Txd2 24. Pe7+ Kf8 25. Pxc8 Td7 wit het paard nog wel kan redden, maar zijn pionnen niet. De straal gewonnen positie werd door Mink eenvoudig geconverteerd.

Ondertussen leek de match ook op de overige borden te kantelen: bij Allard, Rob, en Daan leken de stellingen mij ergens tussen goed en heel goed te staan en waar de zwartspelers Olaf en Roel het eerder wat lastig leken te hebben leek het nu weer redelijk gelijk te staan. Alleen bij Michael tekende het latere verlies zich al duidelijk af.

Ook de echte tijdnoodfase werd prima overleefd, en nog steeds zag alles er zonnig uit voor de onzen. Allard stond veel actiever, wat materiaal voor, en dus huizenhoog gewonnen. Hubrecht had een complexe partij gespeeld en stond een kwal voor, maar stond wat pionnen achter. Roel kon een dame-eindspelletje met een pionnetje meer onmogelijk verliezen, hoewel winnen niet eenvoudig was. Rob kon in een toren-eindspelletje met een pion meer ook weinig gebeuren en hier leken de winstkansen een stuk groter.

Bij Daan zag het er een stuk complexer uit: een loper tegen een paard. Meerdere opgerukte vrijpionnen voor Daan op de koningsvleugel tegen verbonden vrijpionnen op de damevleugel. Ook hier leek Daan echter de betere kansen te hebben. Olaf ondertussen had een stuk meer, maar ook een paar pionnen minder op het bord. Ook hier leek verliezen uitgesloten, maar winnen niet heel eenvoudig. Nog steeds alleen zorgen om Michael, die wel heel veel pionnen achterstond zonder daar echt compensatie voor te hebben. Maar al met al dus een positief beeld, en de matchpunten konden al bijna worden geteld.

Het was dus even wachten op resultaat van voornoemd blunderritueel, maar hierna vielen de blunders opeens bij bosjes. Dat begon bij Rob Mulder, die zijn toreneindspel voorzichtig had opgezet en pas nadat zijn koning en toren ideaal stonden besloot tot het opspelen van zijn vrijpion. Uit piëteit tonen we geen beelden en zullen we de details besparen, maar Rob verloor meteen.

Dat was een pijnlijke streep door de rekening, zeker toen duidelijk werd dat ook Hubrecht zou gaan verliezen doordat de pionnenopmars van zijn tegenstander niet kon worden gestuit. Niet veel later viel ook het doek voor Michael, en hoewel Allard inderdaad had gewonnen keken we inmiddels dus tegen een 2-3 achterstand aan.

Roel speelde wel door, probeerde wat schaakjes, maar miste de echte overtuiging om er wat van te maken. Hij zag wat er naast hem allemaal mis was gegaan, besloot het noodlot niet al te veel te tarten, en kwam remise overeen. Ook bij Olaf werd het uiteindelijk remise, ook hier doordat er net niet doortastend genoeg werd gespeeld. Ter verdediging: de beste kans kwam pas in de tweede tijdnoodfase, als de hersenen ernstig vermoeid zijn en koel rekenen niet eenvoudig is.

Olaf denkt eerst zijn loper weg te spelen om daarna door te gaan breken met e4, maar na 54. .. Lf6 volgt 55. f3, waarna het winstplan niet zo evident is. Wel correct is in de diagramstelling meteen doorbreken met 54. .. e4!, dat direct wint. De loper slaan kan niet, en na 55. dxe4 d3 56. Kf3 d2 57. Ke2 Pc4 gaat de zwarte d-pion promoveren en niet veel later mat zetten. Dit werd dus gemist, evenals moeilijkere winstplannen later en remise was een feit.

Iets eerder kon Daan zijn stelling ook niet converteren, maar gezien het tweesnijdige karakter van zijn stelling leverde dat geen halfje maar een nul op. Uiteindelijk werd er dus verloren met 3-5, en stonden we met lege handen.

Dat betekent na twee gespeelde matches dat het derde met nul matchpunten en zes bordpunten helemaal onderaan de derde klasse bungelt. Niet omdat we nou echt zijn weggespeeld, wel omdat we op de cruciale momenten onze kansen niet weten te pakken en met halve en hele punten strooien alsof het niets is. Met de schaakkunde is weinig mis, maar om punten te gaan pakken moet het team mentaal nog een stap zetten en daadwerkelijk leren winnen.

Gedetailleerde uitslagen

HWP Haarlem K3 (1975)3 – 5SHTV K1 (1975)
Olaf Vlieger (2126)♞ ½-½ ♘Wouter Noordkamp (2022)
Daan Heus (2078)♘ 0-1 ♞Twan van der Togt (2104)
Mink Muskens (1872)♞ 1-0 ♘Maarten Stolte (2030)
Rob Mulder (2017)♘ 0-1 ♞Hubert Schoen (1972)
Roel Faber (1952)♞ ½-½ ♘Daniël van Loenen (1957)
Hubrecht van den Brekel (1995)♘ 0-1 ♞Sander Pauw (1932)
Michael Kubbenga (1848)♞ 0-1 ♘Bart van den Bosse (1912)
Allard Ligteringen (1909)♘ 1-0 ♞Michael Fluegel (1872)

2 reacties op “K3 moet leren winnen”

  1. Richard Duijn avatar
    Richard Duijn

    Mooi verslag Roel. Dat Olaf geen e4 speelt kan ik met nog wel voorstellen. Je moet daarna ook nog Pc4 vinden. Lc1 is echter veel logischer. Je haalt pion b2 op zonder dat wit enige tegenkans krijgt. En daarna heb je ook op de damevleugen doorbraak kansen. Lf6 wint nog steeds maar is onnodig passief.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *