Kortsluiting in Hoofddorp

Hoofddorp N1 – HWP Haarlem N2 (4½-1½)
woensdag 19 november 2025

Koploper N2 loopt 4,5-1,5 nederlaag op

Niet helemaal fit en dan moeten schaken: het is altijd tricky. Elf zetten waren eigenlijk voldoende om onze eerstebordspeler te vernietigen al had hij het helemaal aan zichzelf te wijten. De keuze voor een nieuwe opening brengt zo zijn eigen problemen met zich mee en in dit geval vond er een knallende kortsluiting plaats:

Hier keek ik heel even naar 10 d5 (de aangewezen zet) maar waarom een kwaliteit en een pion offeren als het ook simpeler kan? Ik speelde daarom 10 Pbd2 om na 10 .. cd4 te denken dat ik een grap had:

Hier speelde ik 11 Lxd4? in de veronderstelling beter te staan na 11 .. Lxd4? 12 Da4+. Dat klopt wel, maar zwart had beter met 11 .. Dxd4! En wit kan opgeven.

Daar wachtte ik nog even mee, want het is zo deprimerend voor het slachtoffer (ik dus) als ook voor het hele team. Gelukkig werd ik vrij snel uit mijn lijden verlost door Mink, want op het moment dat ik nog een volle toren kwijtraakte won hij.

Mink speelde een vrolijke frisse partij en met enige hulp van zijn tegenstander werd het een mooi miniatuurtje:

Wit heeft hier al winnend voordeel en dat komt vooral omdat zwart veel vreemde paardzetten heeft gespeeld: Pb8-c6-e7 (met de loper nog op f8) en Pg8-f6-g4. Op zich zijn die zetten nog wel te begrijpen, maar dan in het middenspel en niet in de opening. De partij duurde nog maar kort:

Zwart deed hier het supercreatieve 13 .. Kd7? (13 .. Kf7 was hardnekkiger) maar moest na 14 Dg4 beseffen dat het einde nabij was. Mink maakte het elegant af:

Menig schaker zou hier gewoon 17 Pb5 spelen (is ook de machinekeuze), maar zo niet Mink. Hij speelde 17 Lxc7+ waar de machines helemaal niet aan denken: na 17 .. Dxc7 18 Pb5 Da5 19 Df4+ Kc8 20 Pd6+ Kd8 21 Pxb7+ vond Martin het wel genoeg.
En gaf ik ook meteen op.

Her werd even later ook nog 1,5-1,5 maar dat er nu sprake was van een spannende wedstrijd is heel ver bezijden de waarheid. Michael speelt vaak e5 als antwoord op 1 e4. Maar als je dan het Schots gambiet voorgeschoteld krijgt, zijn de winstkansen erg gering om nog maar niet te spreken van een vervelende iets mindere stelling die met moeite remise te houden is:

De machines vinden dat zwart hier een heel, heel klein plusje heeft (minder dan -0,1), maar zwart moet natuurlijk wel uitkijken dat hij niet zijn d-pionnen verliest en dan mag doorploeteren in een eindspel met 6 tegen 5 pionnen. In ChessBase is te zien dat veel zetten hier meer dan 50% voor zwart beloven, zoals: Tc8, Df5, Kd7, h6 of lange rokade. Maar de keuze van Michael was de veruit slechtst scorende: 13 .. d4-d3. De machines zien direct dat wit dan een lastig voordeeltje krijgt na 14 Te3 d2?! maar gelukkig slaat wit nu direct op d2 (15 Dxd2 Dxd2 16 Pxd2), maar wat als wit 15 Te2 had gespeeld. Dan komt waarschijnlijk genoemd ploetereindspel aan de orde, want zwart verliest beide d-pionnen en wit heeft een pluspion geen zwaktes. Na direct slaan op d2 werd het snel remise, ondanks zwarts foutieve keuze om lang te rokeren: 16 0-0-0?! 17 Pe4 Pe5 (enige zet) 18 b3 f6 19 Td1 Kc7 20 h3 Kc6 21 Te2 en wit bood remise aan in duidelijk betere stelling. Geen squeezer die Armin.

Even leek het op de olifant en de muis, waarvan de muis opmerkte ‘wat stampen we lekker’, maar het werd steeds meer duidelijk dat er uit de resterende drie partijen weinig meer in het vat zat. En het werden tenslotte drie vette nederlagen.

Ben had een pittige opening voorbereid, met een dubbelpionoffer voor initiatief. Helaas weten de witspelers sinds enige tijd dat je die tweede pion niet moet nemen, maar tevreden moet zijn met eentje:

Een overbekende stelling met een pionoffer in de Tarrasch-variant van het Damegambiet. Wit heeft al een pion, maar weet dat hij na 8 Dxb7 heel wat over zich geen krijgt. Dus speelt Willem rustig 8 Dd1 en wacht af wat zwart te vertellen heeft. Nou dat was bitter weinig. Ben kreeg geen schijn van tegenspel en had moeite zijn stukken goed neer te zetten. Eigenlijk was de zaak al bekeken met een ‘petite combinaison’:

In plaats van a6 had zwart in elk geval de komende combinatie moeten verhinderen (Ld7, Pe5), maar Ben was al zwaar teleurgesteld over zijn stelling: na 17 Pd5 Pxd5 18 Dxg4 had wit vrijwel beslissend voordeel en weinig moeite met de technische klus: een pion meer en een veel sterkere loper was geen probleem om tot de winst te komen.

René had net zo’n partij al had hij wit. Hij speelde de ‘fantasy’-variant, maar in de partij kwam de fantasie vooral van de zwartspeler:

Een overvol bord (een pionnetje is er aan beide kanten af) met onduidelijke plannen en kansen. En wie staat er eigenlijk beter? Zwart is goed ontwikkeld en wit heeft misschien aanvalskansen over de f-lijn of, bij lange rokade van zwart een pionnenstorm op de damevleugel. Helaas kwam er van wits kant weinig uit: 10 Dh4?! (Blijkt ongelukkig uit te vallen al is het wel een standaardzet na De1) 10 .. Lh5 (..h6) 11 Lg5 h6 12 Lxf6 Pxf6

Ondanks wits wat mindere tiende zet staat hij hier prachtig, want kan hij niet op e5 ruilen? René deed het niet maar kwam er na 13 Pbd2 (dit kun je ook een logische ontwikkelingszet noemen) niet meer aan te pas. Maar slaan op e5 was sterk: 13 Pxe5 Lxe5 14 de5 Dxe5 15 Tf5 zit wit aan het roer.

Na 13 Pbd2 vond er een ware slachting plaats, onverwacht bleek wits koning de zwakke broeder.

Ten slotte was er nog een lange partij van Bart. Het was een flankspelletje, waarin hij na eerst zijn centrum ontkracht te hebben vrijwillig terechtkwam in een stelling met een heel sterk paard tegen zwakke loper:

Het is nog niet helemaal uit, maar als het paard eenmaal op c4 staat zal de loper het niet redden. Bovendien is in deze stelling de combinatie dame+paard vrij dodelijk. Bart hield het nog zo’n 30 zetten vol, maar kans op remise zat er eigenlijk nooit in.

Ben de Leur liet zich nog een blundertje ontvallen maar ook dat leverde niet echt iets op:

Alles wint hier, vooral 44 Dc8, maar wit speelde 44 h4? waardoor er weer wat zwakke zwarte koningsvleugelpionnen geruild werden, maar het mocht ook na 44 .. gh4 45 Dxh5 hg3 46 fg3 niet meer baten.

Hoofddorp, waar Chenwu uit principe tegen ons niet meespeelt, was een maatje te groot voor ons. De volgende ronde spelen we tegen Het Spaarne waar we vorig jaar met 5,5-0,5 van verloren: we zinnen op wraak.

Gedetailleerde uitslagen

Hoofddorp N1 (1916)4½ – 1½HWP Haarlem N2 (1884)
Achyuth Aravindhan (2121)♞ 1-0 ♘Enno Noordhoff (1999)
Willem Hensbergen (1972)♘ 1-0 ♞Ben de Jong (1917)
Shrey Shah (1890)♞ 1-0 ♘René Schulenberg (1865)
Armin Cubuk (1805)♘ ½-½ ♞Michael Kubbenga (1863)
Martin van Zaanen (1834)♞ 0-1 ♘Mink Muskens (1847)
Ben de Leur (1876)♘ 1-0 ♞Bart de Valk (1810)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *