Stil waren we toen we na afloop terug naar huis reden. Het was net 12-12-2025 geworden. We hadden voor de vierde keer op rij verloren en staan puntloos onderaan.
Bij de inleidende toespraak van wedstrijdleider Koen Beentjes (eveneens teamleider) merkte deze op dat HWP N3 zulke hoge ratings heeft, dat het raar is dat dit team puntloos onderaan staat. Ze zouden ons niet onderschatten, waarschuwde hij. We speelden in het dorpshuis Kudelstaart, op de Kudelstaartseweg in Kudelstaart. Een modern gebouw met mooie faciliteiten. Gelijktijdig met onze wedstrijd, waar de eerste vier borden op een klein podiumpje speelden, werd er door de lokalo’s gesjoeld en geborreld. Wanneer je goed luisterde, hoorde je het geschuif van de sjoelstenen. Niet storend. Wel een beetje storend was hun interne competitie. Een stuk of zeven borden in deze kleine ruimte, maar wanneer een partij was afgelopen werd er ongegeneerd gekletst.
Vooraf had teamleider Sylvain gemeld dat, wie als eerste verliest, het verslag moet schrijven. De druk lag er gelijk op. Om half elf was er op alle borden volop spanning. Niemand wilde het verslag schrijven dus de hoop was dat iemand eerder voor de bijl ging. Het was Frank, maar die gaf aan juist een vreselijk lang verslag geschreven te hebben en dat begrepen we. Sylvain schrijft alleen voor het Jaarboek en verder waren er geen verliezers (maar ook geen winnaars, helaas). Dus ik heb me maar opgeofferd, al heb ik weinig van de andere borden gezien.
Stiekem had ik een foto gemaakt van Franks notatieformulier. Ik speelde de partij na. Opportunistisch opgezet en kansrijk, helaas raakt Frank de weg kwijt in het complexe openingsspel. Tegenstander is Peter Verschueren, dat is een van mijn angstgegners (slechts een halfje uit drie volgens het Scorecentrum). Frank heeft na deze avond dezelfde score tegen hem. Na een blunder op de 16e zet van hem gaat het van kwaad tot erger. De dames worden geruild en met vier pionnen minder, geeft hij op. Frank heeft mij verboden om iets van zijn partij te laten zien.
Bij Berend was er om kwart over 10 nog geen pion of ander stuk geslagen. En dat na 19 zetten. Na afloop klaagde hij zich teveel gefocust te hebben op de koningsvleugel, terwijl zwart lang gerokeerd had. Gelukkig reed hij ons weer veilig naar huis.
Hendrik-Jan speelde tegen de sterke Piet Geertsema – een oud-collega van mij met wie ik vroeger vaak samen in een team speelde bijvoorbeeld in het Amsterdams bedrijfsschaaktoernooi, natuurlijk in het Interbancair schaaktoernooi en wellicht in het NK-schaak voor bedrijfsteams: ik heb nog een gouden medaille liggen. Voorafgaand aan de partijen praatten we even gezellig bij.
HJ kwam – met de witte stukken op bord 1 – lekker uit de opening. Tenminste dat dacht ik, maar HJ beweerde achteraf dat Piet beter uit de opening was gekomen. Deze vergiste zich echter op een bepaald moment en HJ won een kwaliteit, maar Piet had genoeg compensatie via zijn loperpaar waardoor HJ zijn kwaliteit moest terug offeren en waarna het ontstane eindspel volstrekt gelijk stond en er niets meer viel te beleven.
Van Kir’s partij begreep ik niets. Iedere keer zag ik een goede aanvalszet voor hem maar steeds deed hij wat anders. Gelukkig stuurde Kir mij zijn partij. We zullen eens kijken.
Jan van der Sluis – Kir Teo
“Mijn tegenstander met wit behandelde de opening wat slapjes, zodat ik een mooie stelling kom opbouwen. Het zag er na 26. f2-f4 zo uit:
En hier speelde ik vrij snel 26. … Le7-d6 met de bedoeling om bij afruil een mooi centrum op te bouwen en misschien wat kansen over de f-lijn. Maar ik had d5 moeten spelen waarmee de loper op b7 tot zijn kracht komt. Als na 26. … d5 bijvoorbeeld 27. cxd5 komt dan heeft wit het aangename 27. … Dd5!
Een paar zetten later ontstond er deze stelling (na 29. Dd1-c2 en ik had nogmaals de kans om d4 te spelen maar deed het niet.
Ik speelde hier 29…Dc7 en heb niet de tijd genomen om goed naar d4 te kijken. Ik was kennelijk in de veronderstelling dat met zo’n mooie stelling de meeste zetten zouden winnen, maar dat is natuurlijk niet zo. Later ruilde ik mijn loperpaar af en toen verzandde de stelling in remise. Deze partij is wel een leermomentje voor mij, veel te veel gefocust op 1 zet en niet de tijd te nemen om goed naar andere zetten te kijken.”
Zelf speelde ik (Adrie) een voor mijn tegenstander onbekend maar onschuldig variantje die hem wel veel tijd kostte. In de stelling hieronder had wit net met 17. Pd4xc6 mijn paard geslagen.
Ik sloeg met de toren terug (17. … Tc8xc6), achteraf was 17. … Dxc6 beter. Mijn tegenstander dacht weer 20 minuten na en toen hij nog zeven minuten over had, speelde hij. 18. Td1xd5!
Er volgde 18. … – Dd7xd5 19.Te1-d1 Dd5xd1+ Ik moet wel, er dreigt Td8 met mat. Er volgde:
20.Da4xd1 Lf8-e7 21.Lg5xe7 Ke8xe7 22.Dd1-b3 Th8-b8 en mijn tegenstander speelde al op increment en vond niet de beste zetten. Hij bood remise aan, maar ik wilde het nog proberen. Helaas blunderde ik een kwaliteit weg en na wat heen en weer geschuif, kwamen we rond de 60e zet remise overeen.

De slotstelling, waarin alleen wit goede kansen heeft, maar te weinig tijd voor hem, zoals hij na de partij aangaf. Klaar om 23:50 uur. Let op het mooie tafelnummerbordje.
We eindigen met Sylvain, onze gewaardeerde teamleider.
“Tja, de woorden die wat mij betreft de partij het beste omschrijven zijn “zucht, steun, waarom doe ik mijzelf dit aan?”. Echt zo’n partij die ik bij voorbaat al verloren had. Ik was moe, zag er tegenop en maakte me al zorgen over het feit dat de volgende dag weer vroeg de wekker zou gaan. Niet de optimale geestestoestand voor een leuke partij schaken.
Bijgelovig als ik ben is het voor mij belangrijk dat ik met mijn lievelingspen noteer. Nu kwam ik er pas rond zet 20 achter dat ik met de ‘verkeerde’ pen aan het schrijven was. Zo’n partij. Had ook al op zet 7 een zet overgeslagen waardoor ik de witte zetten bij zwart noteerde en andersom. Kwam ik zo rond dezelfde zet achter. Flink tijdje bezig geweest met krassen en reconstrueren. Zo’n partij.
Voor m’n gevoel heb ik vrijwel geen goede zet gedaan, eigenlijk alleen maar passief heen en weer geschoven. Dat is overigens niets nieuws, dat is mijn specialiteit. Toch wel weer bijzonder dat ik als een van de laatsten klaar was. De lijdensweg moest klaarblijkelijk lang duren. Overigens kan ik me goed voorstellen dat mijn tegenstander een andere kijk op de zaak heeft, hij vindt wellicht dat hij mij mooi aan de kant geschoven heeft en ook dat zal waar zijn.
Nog even een beschouwing als teamleider: de resultaten vallen wat tegen. In het voetbal zou het bestuur vandaag nog zeggen dat ze het volste vertrouwen in me hebben om me dan morgen te ontslaan. Denk dat degradatie inmiddels vrijwel onafwendbaar is, maar je weet maar nooit hoe een koe een haas vangt. Wellicht dat de winterstop ons goed doet en wellicht dat een iets andere opstelling voor de ommekeer gaat zorgen. We zullen het zien.
Gedetailleerde uitslagen
| Westeinder N1 (1822) | 4 – 2 | HWP Haarlem N3 (1838) |
|---|---|---|
| Piet Geertsema (1892) | ♞ ½-½ ♘ | |
| Koen Beentjes (1845) | ♘ 1-0 ♞ | |
| Peter Verschueren (1839) | ♞ 1-0 ♘ | |
| Maarten de Jong (1809) | ♘ ½-½ ♞ | |
| Jacques Hogerwerf (1804) | ♞ ½-½ ♘ | |
| Jan van der Sluis (1743) | ♘ ½-½ ♞ |






Geef een reactie