Voor de goede orde, in de NHSB-Topklassewedstrijd van ons eigen N1 tegen ’t Saense Paard vond de ontregeling uitsluitend plaats op de borden. De Zaandammers hadden alles keurig geregeld, een hartelijk ontvangst, fijn zaaltje, het mooiste materiaal van de hele NHSB, consumptiemuntje naast het bord. Dat hun topman vijf minuten te laat kwam, lag waarschijnlijk aan tegenwind; hij hoeft zijn status niet te bewijzen door fashionably late te komen, dat is meer iets voor GMs.

Toch gebeurde er aan opmerkelijk veel borden opmerkelijke zaken, neem nou bord vijf.
Collin keek na twee zetten tegen deze stelling aan. Kreeg hij een zetvoorschot? Wel dit blijkt de zogenaamde Brooklyn variant van de Aljechin te zijn (1.e4 Pf6 2.e5 Pg8). De naam is er, het boek nog niet. Sommige theoretici besteden er wat inkt aan: Gawain Jones een kolom op pagina 401 van zijn Coffeehouse Repertoire, en de breedsprakige John Shaw maar liefst drie (pp. 450-3 van Playing 1.e4) om hier gehakt van te maken.
Ook Jeroen zal na een luttele acht zetten wat verbaasd hebben opgekeken, spelend tegen een van de sterkste en meest ervaren Zaandammers (De Saegher). Gaat hij hier gewoon een pion winnen?
En zo geschiedde.
Max mocht net als twee jaar geleden tegen Manuel Bosboom, weer met wit. Toen kwam er een redelijk normale Konings-Indiër op het bord, en waarom nu niet nog een keer, dacht Max in al zijn naïviteit. Hij werd er per slot van rekening hard afgezet. Manuel vermoedde, helemaal terecht, uitgebreide prep, en dus stond het zo na twee zetten
Door de Chessable-epidemie kijkt niemand meer op van a6 of h6 op de derde of vierde zet (zonder een loper op b5 dan wel g5, uiteraard), dus waarom niet op zet twee?
Ook bij Hubrecht werden ongebruikelijke paden bewandeld, toen zijn tegenstander vanaf zet drie of vier de koningspionnen naar voren stuurde, en al helemaal bont maakte de tegenstander van Ardjan het, die na 13 zetten in een iets mindere maar volstrekt speelbare stelling gewoon opgaf. Omdat Herwig snel en regulier won, stonden we al snel met twee-nul voor. Wat kon er nog misgaan?
Wel, bijna alles, dus. Collin werd verrast door een fraaie combinatie die een pion kostte, raakte er nog een kwijt en dat was te veel. Jeroen parkeerde na pionwinst zijn loper op a6, terwijl de witte raadsheren even later dwars door zijn stelling sneden. Harry stond heel goed, maar van de oude rot Hans Galjé, toch bezig aan zijn tweede (derde?) jeugd win je niet zomaar. Hubrecht, daarentegen, liet zich niet van de wijs brengen, pareerde kundig het opportunistische spel van zijn tegenstander en won. Olaf liet zijn koning opsluiten, maar ontsnapte met remise. Zo stond het 3½ – 3½, met het topbord nog bezig.
Max speelde wat tam 3.e3, vermeed voor hem bekende stellingen met een tempo minder (maar waarin a6 wel nuttig zou zijn) en zo’n dertig zetten later waren we hier
Wit heeft zojuist 34.g3 gespeeld om het lastige paard weg te jagen, en heel onkarakteristiek voor zo’n tactische stelling, miste Manuel in beginnende tijdnood de beste zet (34…f5!), en speelde 34…Lxf2+. Die zag Max niet aankomen (f5 trouwens ook niet op tijd), maar na 35.Kf1 hangen de twee lichte stukken en wit bleef materiaal voor. In de uitvluggerfase maakte Manuel zijn reputatie als bedwinger van Kasparov wel weer waar, hij pakte wat presentjes uit en incasseerde uiteindelijk het volle punt met de allerlaatst overgebleven pion in een dame-eindspel.
Dit keer had er meer ingezeten, maar het blijft: Try again, fail better.
Gedetailleerde uitslagen
| ’t Saense Paard N1 (2051) | 4½ – 3½ | HWP Haarlem N1 (2055) |
|---|---|---|
| IM Manuel Bosboom (2375) | ♞ 1-0 ♘ | |
| Chris de Saegher (2144) | ♘ 1-0 ♞ | |
| Nico Hoeve (1983) | ♞ 0-1 ♘ | |
| Alex Koelewijn (1968) | ♘ ½-½ ♞ | |
| Cor Roet (2078) | ♞ 1-0 ♘ | |
| Remco van der Meer (1955) | ♘ 0-1 ♞ | |
| Willem de Boer (1918) | ♞ 0-1 ♘ | |
| Hans Galje (1990) | ♘ 1-0 ♞ |







Geef een reactie