HWP 1 met hakken over de sloot

Bart Gijswijt | |   HWP KNSB 1 |   3 reacties

Een jaar, zeven maanden en drie dagen geleden was het dat we onze laatste thuiswedstrijd in het Denksportcentrum speelden. Toen, enkele dagen voor de eerste lockdown, was in een volle speelzaal het hoesten en snotteren niet van de lucht - nu moest de QR-code de gezondheid van de spelers beschermen en viel slechts een sporadische, en dan nog schuldbewuste en omfloerste kuch op te merken.

Tegen het tiental van Voorschoten mocht het eerste proberen de valse start van enkele weken terug te repareren. De tegenstanders waren nog beroerder uit de startblokken gekomen, want tegen een op papier gelijkwaardige Waagtoren was men in de eerste ronde thuis met 7½-2½ de boot in gegaan.

Vooral aan de staartborden moesten we het verschil kunnen maken, en het zag er al spoedig rooskleurig uit toen de twee spelers die in de eerste ronde nog verstek moesten laten gaan als eersten een punt lieten bijtekenen. Collin deed dat overtuigend in een vrijwel foutloze partij.

Hier ziet het er al lelijk uit voor de zwarten, waarbij dan ook nog een wit paard op h2 staat te popelen om deel te nemen aan de bestorming van de zwarte koning. Het voorkomen hiervan met 20...f5 had vrij snel desastreuze gevolgen. Na 21.exf6 Txe4 22.Txe4 Txe4 23.fxg7

dreigt 24.Tf8+ Kxg7 25.Lh6 mat en daar helpt geen lieve moer aan, zeker niet het gespeelde 23...Pf6.

Aan bord 10 zat wederom Max, deze keer voorzien van de achternaam Kerkvliet. Max maakte een verdienstelijk debuut voor HWP door zijn tegenstander in ijltempo op te rollen. Max was simpelweg beter op de hoogte van de ideeën in de openingsvariant die op het bord kwam, en maakte het gedecideerd af toen de zwartspeler zijn stelling cruciaal verzwakte.

Aan de topborden de taak om de boel te consolideren. Dat viel echter nog niet mee. Zo niet bij Babak uiteraard. Gezeten achter de witte stukken kreeg hij zoals te doen gebruikelijk een klein voordeeltje. Dat moet dan gaandeweg wat groter worden tot de tegenstander bezwijkt, maar dat gebeurde in dit geval niet. De remisemarge werd op het oog nergens overschreden, maar niettemin een probleemloze plusremise voor Babak.

Heel wat moeizamer ging het bij Jaap, die opnieuw een zware pijp te roken had. De opening leek nog volgens plan te gaan, dus de ogenschijnlijk wat gedrongen stelling was nog niet direct aanleiding tot zorg. Wit behield echter het initiatief en uiteindelijk moest Jaap in een minder eindspel overeind zien te blijven. Dat lukte echter vrij overtuigend.

Maar dan Bart. Die kan eigenlijk niet schaken, alleen komt dat er nog niet echt vaak uit. Deze keer wel. Gezonde, zij het wat obligate zetten in de opening: dat lukt allemaal nog wel. Maar als er dan een beslissing gemaakt moet worden gaat het al vlot mis. Dat is op zich niets nieuws onder de zon, maar anders dan anders was er nu geen spoortje van tegenspel of creativiteit te bespeuren. Niets, niemendal. Na de eerste blunder volgde al snel nog een zet van een waanzinnige, waarna het voortsputteren slechts diende om een miniatuurtje te voorkomen. Een kansloze afgang.

Gelukkig werd Bart geflankeerd door twee Duijntjes, die wel weer lieten zien wat vechten is. Rob kwam tegen Angstgegnerin Rosa Ratsma weer eens in een stelling die zo uit het verzameld werk van Stockfish gerukt kon zijn, waarbij met andere woorden misschien op zet 194 een beslissende doorbraak mogelijk was, maar waarbij een normaal mens het na veertig zetten zinloos heen en weer schuiven zonder enige progressie wel gezien heeft. Het moet echter gezegd dat Rob niet al te best uit de opening was gekomen, waardoor Rosa wellicht de hele middag het idee had dat ze dat roekeloze spel moest afstraffen. Tegen een Duijn is het echter nooit verstandig om je hand te overspelen, want ze zijn meedogenloos: één kapitale blunder (wie zet zijn koning dan ook op h4?, moet Rob gedacht hebben) en het was meteen mat in een paar. Alsof dit pijnlijke slot nog niet genoeg was, moest Rosa in de analyse ook nog de krankzinnige suggesties van vijf HWP'ers aanhoren.

Ook voor Richard was de opening geen eclatant succes, of, in zijn eigen woorden: weinig aan de hand. Helaas voerde hij zijn voorgenomen plan waar weinig mis mee was niet uit, waarna hij een pion kwijt raakte en eigenlijk geen compensatie had. Nadat wit niet de beste afwikkeling had gekozen, ontstond de volgende stelling:

De witte dame komt van b3, maar had daar beter kunnen blijven, of in plaats daarvan naar e3 gaan met een vrijwel gewonnen stelling. Nu moet de dame spoorslags weer terug naar b3 na 1...Txf3+ 2.gxf3 Tf8, waarna wits voordeel vrijwel geheel verdampt is na 3.Db3 De7 (Richard: "het is remise"). Maar ja, remise is ook maar remise, dus waarom in de diagramstelling niet de leuke zet 1...Dc3 gespeeld? Welnu, omdat 2.Tf7! meteen betekent dat er een boks gegeven kan worden. Na 2.Kg1? kon Richard het alsnog keepen - uiteraard niet zonder nog ergens een winstpoging te wagen.

Een gelijkspel aan de bovenste vijf borden dus, maar aan de onderste leek het 5-0 voor ons te worden. Helaas viel dat nog lelijk tegen. Pieter had, nadat hij eerst een pion verloren had, zijn tegenstander in het middenspel weggespeeld en met zijn aanval en de tijdnood van zijn tegenstander hadden we het punt al geteld. Jammer genoeg miste Pieter hier een fraaie winst:

Na 1...Da7+ moet wit een stuk op d4 plaatsen, waarvandaan pion f4 vanwege de penning niet gedekt is. Dat is zelfs een dame waard: na 2.Dd4 Pxf4! 3.Dxa7 Ph3 is het mat. Na het gespeelde 1...Ld5 was er nog niet direct een man overboord, maar de kansen keerden volledig toen Pieter liet slaan op g4.

Ook Indra haalde het volle pond niet binnen. Hij speelde een puike partij waarin hij zijn tegenstander geen enkele kans liet. Het dame-eindspel met een pion meer schoof hij overtuigend tot winst, ware het niet dat hij op het allerlaatst toch nog even vergat dat zwart al tientallen zetten lang alleen maar op eeuwig schaak zat te hopen. Zonde van een middag zwoegen, maar de matchwinst was er wel mee binnen.

Die kreeg nog iets meer glans doordat ook Jan-Willem won. Diens openingskeuze doet menig wenkbrauw nog wel eens fronsen, maar als de wereldkampioen zijn voorbeeld volgt weten de criticasters hun mond gesnoerd. Anders dan in ronde 1 wist JW nu wel de zelf gelegde knoop te ontwarren en kreeg hij prima spel. Hij won ergens een pion, en hoewel het nog lang duurde leek de overwinning nergens in gevaar te komen. Mooi was nog hoe JW in het eindspel twee onmetelijk ver uit elkaar geplaatste torens op h3 en a6 tegelijk onder vuur nam met de zet ...Pd5:

 

Er dreigt familieschaak op zowel b4 als f4, en 1.Kxd4 helpt niet vanwege 1...Td2+ 2.Td3 Txd3+ 3.Kxd3 en de koning is weer terug op d3 dus wederom 3...Pb4+.

Resumerend: lichtpuntjes voor de ene helft, werk aan de winkel voor de andere. Het goede nieuws is dat we volgens de Duijndoctrine weer volop op koers liggen voor promotie.

Persoonlijke uitslagen

HWP Haarlem 1Voorschoten 16.0 - 4.0
Jaap de JagerIM Jaap de Jager (2421)FM Mees van Osch (2308) ½-½
Babak TondivarFM Babak Tondivar (2317)FM Peter Wilschut (2244) ½-½
Rob Rob Duijn (2228)WIM Rosa Ratsma (2285) 1-0
Bart GijswijtFM Bart Gijswijt (2365) Jip Damen (2228) 0-1
Richard FM Richard Duijn (2228) Igor Damen (2130) ½-½
Collin Boelhouwer Collin Boelhouwer (2156) Bert Houweling (1996) 1-0
Pieter de Jager Pieter de Jager (2153) Henk Schouten (2067) 0-1
Indra PolakCM Indra Polak (2220) David Jongste (2085) ½-½
Jan-Willem van Prooijen Jan-Willem van Prooijen (2174) Cato de Zoeten (1909) 1-0
Maximiliaan Maximiliaan Kerkvliet (2131) Sander Hilarius (1833) 1-0

Plaats nieuwe reactie

Reacties (3)

  • Frank Homburg
    Frank Homburg
    2 week geleden
    Mooi verslag Bart, leerzaam en humor om te lachen !
  • Richard Fritschy
    Richard Fritschy
    2 week geleden
    Ik krijg de vage indruk dat de partij van Bart niet geheel naar wens is verlopen, maar als verslaggever was hij weer in grote vorm.
  • Paul Tuijp
    Paul Tuijp
    2 week geleden
    Vermakelijk verslag weer Bart, hulde!
    Je bent met afstand de beste schakende schrijver van Haarlem en omstreken. En Rotterdam natuurlijk.