HWP 1 wint van Rotterdam, maar overtuigt amper

Max Merbis | |   HWP KNSB 1 | 2

Ons hoogste KNSB-team wint van de gedoodverfde degradant, zelfs zonder een enkele verliespartij, maar dat had ook anders kunnen aflopen.

Rotterdam speelde vorig jaar nog Meesterklasse, verloor het gros van zijn beste spelers, en zal naar eigen zeggen waarschijnlijk met nul matchpunten volgend jaar een doorstart maken in de tweede klasse. Ze kwamen wel keurig in volle sterkte op, ook al was niet iedereen op tijd. Heel veel Elo-sterkte brachten ze niet mee (gem. 2005), maar wel een schat aan ervaring, gezien hun gemiddelde geboortejaar van 1953. Bij ons ontbraken Jaap en Adam, voor wie we prima vervangers hadden in Bruno en Aran, resulterend in 2213 Elo’s per man en 1966 als gemiddeld bouwjaar.

Je zou dus wat jeugdig elan verwachten, maar dat wilde maar niet vlotten.

Wel werden we in het zadel geholpen door een bijzonder welwillend remiseaanbod aan zowel bord 7 als 10. Indra, aan zeven met wit, speelde een Siciliaans gambietje dat hij goed kent maar waarin hij dit keer minder dan niets bereikte. Om materieel evenwicht te herstellen sloeg hij een pionnetje op d6 met een paard, dat wel meteen in de penning stond. Met kunst en vliegwerk vond Indra wel een uitweg voor het omsingelde stuk, en blijkbaar was zijn tegenstander zo geïmponeerd door deze vondst dat hij meteen remise aanbod. Als hij met een koel hoofd naar het bord had gekeken, had hij een eindspel gezien met loper tegen paard (en wat zware stukken), een pluspion en prima structuur. Achter het bord zag hij ook een tegenstander met 350 Elo-punten meer en dat zal ook hebben meegespeeld.

Bij Aran was het verschil ‘slechts’ 300 puntjes, en daar was op het bord niet veel van te merken. Zijn tegenstander speelde een zijvariantje van de super scherpe en ingewikkelde Botwinnik, grotendeels vergeten maar niet zoals dat in de boekjes heet, ’without venom’. De truc is om de pluspion meteen vrijwillig terug te geven voor ontwikkeling en activiteit, maar Aran wachtte te lang, raakte zijn pluspion desondanks kwijt, en had toen nog steeds geen voltooide ontwikkeling. Wit heeft net de prima zet 23. Ta8-a7 gespeeld, die hij vergezeld liet gaan van een remiseaanbod.

Aran raadpleegde, zoals dat hoort, de teamleider, kreeg fiat om zelf te beslissen en besloot toen eerst maar buiten een sigaretje op te steken. Onze actieve en alom tegenwoordige wedstrijdleider vond dat helemaal geen goed idee, en zonder benevelde inspiratie werd het remiseaanbod dan maar geaccepteerd. Gelukkig maar, want wit staat +2 volgens de computer.

Ondertussen stonden we wel mooi voor, want Babak, geconcentreerd als altijd, had geen weet van al dit geteut. Meteen na de opening leek er niet zo veel aan de hand, maar Babak speelde wat rake zetten, bezette een open lijn en diagonaal, en opeens zat zwarts damevleugel op slot, terwijl hij ook nog moest rokeren. Toen ging er iets mis, en binnen 20 zetten was het over.

Bruno en Rini Kuijf hebben een langdurig Rotterdams verleden en deden er nog minder zetten over om de vrede te tekenen. De stelling was complex en interessant genoeg, maar blijkbaar vonden de heren dit wel een mooi resultaat.

Hiermee was de winst nog lang niet binnen, want Jan-Willem stond met de rug tegen de muur; Pieter, die graag wat onbalans creëert, had dat wat overdreven, en de rest was aan het zwoegen op een gelijke of misschien iets betere stelling.  René D. deed zijn best maar wist het evenwicht niet echt te verbreken, en belandde uiteindelijk in het soort toreneindspel waarover de oude meesters ooit opmerkten dat alle toreneindspelen in remise eindigden.

Max heeft misschien meer kansen gehad. Hij had het kleine plusje dat wit normaal krijgt als zijn tegenstander een Ben-Oni Wall  opricht: wit heeft wat ruimte, zwart staat, mild uitgedrukt, solide. Ik had gelukkig wel een plan, met stempel van goedkeuring van Kramnik, die eens heeft laten zien hoe je deze structuur moet afbreken: alle zware stukken ruilen en dan een stuk offeren op c5 om met twee verbonden vrijpionnen te winnen. Dat is langetermijnwerk en vlak voor de eerste tijdcontrole stond het zo:

 
Stelling na 34 …Pg7

Zwart heeft net de dreiging Le6 verhinderd en dreigt nu op f3 te slaan, maar ook, zo bemerkte ik tot mijn schrik en veel te laat, met de loper op d5. Met meer tijd en een koeler hoofd had ik misschien wel de  gewijzigde Kramnik methode bedacht: 35. Lxc5! dxc5  36. Pxe5 Lxd5 (geen eenvoudige zet om te vinden want het voor de hand liggende 36… Te7 is slecht na 37. d6 Txe5 38. d7 Le7 39. Txb7 en door de sterke vrijpion wint wit ook nog de loper op e7 terug) 37. Pxf7 Lxf7 en volgens de computer staat het gelijk. Ik had geen zin om een treurig eindspel met pion minder te verdedigen en deed uiteindelijk 35. Le6?! Pxe6 36. fxe6 Te7 37. Pxc5 dxc5 38. Lxc5

Bij de vooruitberekening had ik gezien dat 38… Tc7 39. Lb6 Tc6? met de truc 40. Txb7 Txb6 (en terugslaan van de toren werkt niet vanwege Lc5+) faalt op 41. e7! en wit houdt een prettig toreneindspel over. Maar dit is allemaal irrelevant: alleen zwart kan winnen na 38 …Tg7. Zo ging het niet, want hij wikkelde met 38… Txe6 39. Lxf8 Lxe4 40. Lh6 Lxf3 41. Tg7+ Kf8 42. Txh7+ af naar een potremise-eindspel.

Jan Willem kwam met zwart niet helemaal fris uit de opening, en had een lastig middenspel dat resulteerde in een dubbel-toreneindspel met randpion minder. Toen werd het nog even tactisch en rommelig, met penningen en gemene tussenzetjes, maar JW bleef koel, zoals wel vaker, en zag scherp dat hij kon overleven met een tijdelijke achterstand van twee pionnen. Een blauw-oog remise, zou ik zeggen.

Pieter had dus teveel onbalans, zeg maar chaos op het bord, en een te optimistische kijk op de eigen kansen. Zijn koning stond echt onveilig en de tegenstander vlocht een mooie matcombinatie in de stelling waardoor Pieter wel moest afwikkelen naar een slecht staand en vermoedelijk verloren eindspel. Na wat mindere zetten kwam er toch nog een toreneindspel met een pion in de min op het bord, maar Pieter kon actief verdedigen en dat is meestal net voldoende compensatie. De torens gingen er ook nog af en Pieter liet vlekkeloos zien hoe je de oppositie voert.

Collin had de weelde van een pluspion, nadat oudgediende John van Baarle niets uit de opening had weten te halen en moest vluchten naar een dame-eindspel. Dat is berucht lastig te winnen, maar vaak ook lastig remise te houden, en soms is centralisatie van de koning de enige manier om op winst te kunnen spelen. Collin kon of durfde dat niet, en kwam toen niet verder. Toch mogen we stellen: dit was een plusremise.

Bart volgde dit alles met een mengeling van scepsis, afgrijzen en verbazing, terwijl hij zelf, met wit, bezig was een langzame manoeuvreerpartij te spelen waarin hij de mogelijkheden openhield de strijd te verscherpen als de stand in de wedstrijd dat zou vergen. Goed teamwork! Meteen na de opening had hij naar eigen zeggen alle troeven in handen: loperpaar, open lijn, en weinig tot geen aanknopingspunten voor zwart.  In het vroege middenspel veranderde de evaluatie: zwart had mooie velden voor zijn twee paarden gevonden, en zou pittig tegenspel hebben gehad als hij maar een doortastend plan had gevonden. Dat deed hij niet, er werd een paard geruild, en wat later stond het als volgt.

 
Stelling na 43. Kf3

Wit heeft hier natuurlijk alles bereikt wat mogelijk is, maar moet nog wel winnen. Hij kan werken aan e4, of met g4 en h4 de druk opvoeren. Zwart moet erkennen dat de activiteit van zijn koning misplaatst is geweest en teruggaan naar g8 (met de andere stukken kan hij toch nauwelijks bewegen). Dat bleek opzichtig toen hij  de druk probeerde te verlichten met 43… Ld8? Bart greep meteen zijn kans. 44.Lxd8 Dxd8 (na 44...Txd8 45.Txb6 is het ook niet moeilijk) 45.Df8!

met nauwelijks te verhelpen matdreiging op h8. Zwart gaf op na 45...Kh7 46.Dxf7 Df6 47.Dxe6.

Zo werd het nog een keurige 6-4, met maar liefst acht remises. Curieus is dat de vier staartborden ondanks een ratingoverwicht van zeg 300 punten geen enkel vol punt konden scoren. Een aantal van hen laat in de regionale bond en de KNSB-bekercompetitie met grote regelmaat zien daar meestal geen moeite mee te hebben.  Rotterdam mag blijkbaar niet al te zeer worden onderschat: ze gaan vast nog wel een matchpuntje scoren. En ook op een zaterdag mag er wel wat overtuigender worden geacteerd.

Persoonlijke uitslagen

HWP Haarlem 1Rotterdam 16.0 - 4.0
Jan-Willem van Prooijen (2161) Michiel Besseling (2129) ½-½
IM Bruno Carlier (2387)IM Rini Kuijf (2366) ½-½
Collin Boelhouwer (2170)FM John van Baarle (2137) ½-½
FM Babak Tondivar (2313) Cor de Zwart (2018) 1-0
Pieter de Jager (2153) Marc Schroeder (1968) ½-½
FM Bart Gijswijt (2338) Frans Vreugdenhil (1945) 1-0
FM Aran Köhler (2204) Henny Versteeg (1896) ½-½
Max Merbis (2092) Marius Strijdhorst (1917) ½-½
René Duchêne (2131) Joop Elderhorst (1843) ½-½
Indra Polak (2179) Arthur Rongen (1831) ½-½

Reacties(2)


Indra Polak26-11-2018, 11:04

Ach ja, niet kunnen winnen met elo overwicht is nog altijd beter dan verliezen. Waar we ons denk ik meer zorgen over moeten maken is kampioen worden. Want dan zal er van elo overwicht niet vaak meer sprake zijn vrees ik.


Stemmen:0
 
Paul Tuijp25-11-2018, 21:54

Heerlijk verslag Max. Taaltechnische hoogstandjes en partijfragmenten waarvan ik iets op kan steken. Vooral doorgaan, zou ik zeggen!


Stemmen:0
 

Aantal waarderingen:0