HWP1 is HWP2 de baas

Collin Boelhouwer | |   HWP N1 |   1 reactie

Dinsdag 17 december was het dan zover. De strijd tussen HWP1 en HWP2 in de topklasse van de NHSB-competitie. HWP 1 hoopt dit jaar weer een gooi te doen naar de titel en ligt hiervoor op koers met 6 matchpunten uit 3 wedstrijden. Grootste concurrent Kennemer Combinatie 1 heeft ook de volle buit en ontvangt ons de volgende ronde in februari.

HWP2 kan dit jaar tevreden zijn met een plek in de middenmoot en heeft al een mooie overwinning op het team de Uil op zak terwijl er nog gespeeld moet worden tegen de twee hekkensluiters.
Van onderschatting was dit keer geen sprake. Onze teamleider Max probeerde ons nog extra scherp te krijgen door te vermelden dat hijzelf ‘tegen bijna iedereen van het tweede (meermalen) had verloren’. Dat hij waarschijnlijk tegen alle spelers wel een flinke plus-score heeft, liet hij daarbij begrijpelijkerwijs maar eventjes buiten beschouwing. Dan de wedstrijd in chronologische volgorde:

Bord 1: Hubrecht van den Brekel – Indra Polak
Indra is dit jaar in bloedvorm en verzamelt winstpotjes waar menigeen jaloers op kan zijn. Hij wint niet alleen veel, hij is ook nog vaak als eerste klaar. Ook dit keer. De Najdorf opening mocht voor Hubert geen verrassing zijn. Hij koos voor de bekende scherpe opzet met tegengestelde rokades. Het graaien van een pionnetje op a6 past dan weer niet in deze opzet. Zie onderstaande diagram na 19…Lxf6.

Van den Brekel - Polak na 19...Lxf6

Wit kan hier de stelling nog in evenwicht houden met 20.f4! Een mogelijk gevolg zou kunnen zijn: 20...-a5 21.La6-Ta8 22.e5!-Txa6 23 exf6-Pxf6 gevolgd door 24.Pxd4

en de stelling is scherp maar in evenwicht. Maar zoals wel vaker in de Najdorf, kan één foutje grote gevolgen hebben. Het slaan op a6 zorgde voor een open a-lijn waar de zwarte toren wel raad mee wist. In no time stond de toren op a2 en later op a1 (met een koning op c1 en een gepend paard op b1). Toen er ook nog op de koningsvleugel gaten vielen, was de buit snel binnen. Lekker, zo’n puntenpakker! (1-0)

Bord 6: Peter Beerens – Sjoerd van Raaij
Peter had de laatste email van Max waarschijnlijk over het hoofd gezien, want echt scherp zat hij niet achter zijn bord. Er werd een koningsaanval opgezet en een stuk geofferd voor mat. Sjoerd zag echter de eenvoudige verdediging en speelde de rest van de partij vakkundig uit. Het hoofdschudden van Peter zei voldoende: een klassieke off-day. (1-1)

Bord 4: Collin Boelhouwer – Frank Homburg
Uw verslaggever had inmiddels een variant uit de Caro-Kann op het bord getoverd, die toevallig de afgelopen weken al twee keer eerder op het bord van Frank was verschenen. Frank kon zichzelf wel voor zijn hoofd slaan dat hij deze variant nog niet goed had uitgeplozen. In een scherpe stelling (ook met tegengestelde rokades) miste hij dan ook een duidelijk plan. Een ingesloten loper op g7 en een paard op h5 deden niet mee met de strijd in het centrum. Dit kostte uiteindelijk een pion, maar belangrijker nog: geen goed tegenspel. Het offeren van zijn paard hielp hier niet bij en Frank hield het dan ook voor gezien. (2-1)

Bord 2: René Duchêne – Enno Noordhoff
René beleefde een moeizame avond tegen Enno. De opening was nog bekend terrein, in tegenstelling tot Enno, die het al snel achter het bord moest verzinnen. Toch wist wit geen voordeel te verkrijgen en zag zelfs dat zwart langzaamaan zijn stelling begon te verbeteren. Er ging zelfs een rokade en een pion verloren en Enno had het volle punt al in zicht. De afronding was echter niet optimaal, en René greep de kleine kansen om er weer een partij van te maken. Het opzetten van een gedurfde aanval gevolgd door een stukoffer leverde hem pardoes nog een half punt op. (2,5-1,5)

Bord 8: René in ’t Veld – Cees Visser
René in ’t Veld liet, na zijn nederlaag in Zandvoort in ronde 3 duidelijk merken dat hij gebrand was op een punt. In razendsnel tempo werd de koning van Cees gezocht. Pionnen op g4 en h4, een witte loper op h6 met een dame op d2 en een lange rokade. Het plan van René was duidelijk: zo snel mogelijk mat zetten op h7. Cees moest er eens goed voor gaan zitten, maar heeft als g3 en g6 speler wel ervaring met zo’n opzet. Allereerst werd er een solide verdediging opgezet, waarna er ruimte in het centrum werd ingenomen en gebruik werd gemaakt van de zwaktes in de witte stelling. Er werd door Cees een pion mee gesnoept, toen nog één, en toen René ook nog eens de dames moest ruilen, bleef er een hopeloos eindspel over. Cees speelde dit vervolgens op een nette manier naar de winst. De stand was weer gelijk, maar de drie overgebleven borden gaven ons vertrouwen dat we toch de twee matchpunten zouden pakken. (2,5-2,5)

Bord 7: Harry van der Peet – Harry Lips
Harry mocht tegen Harry, die inviel voor Willem Mook. Harry (‘onze Harry’) speelde naar eigen zeggen een prima pot tegen Harry: een solide opening, kleine zwaktes creëren in het middenspel en toeslaan in het eindspel. Harry zat goed tegenspel te geven, maar kon dit keer tegen Harry niet voor een verrassing zorgen. HWP1 weer op voorsprong! (3,5-2,5)  

De laatste twee partijen zagen er voor HWP1 ook gunstig uit. Max zat een eindspel met 2 lopers en een pion tegen een toren te spelen. Enkel het feit dat de dames nog op het bord stonden, zorgde nog voor wat tegenkansen, maar stiekem had de verslaggever het punt al geteld. Jan Boekelman daarentegen had nog een lange weg naar winst te gaan.

Bord 3: Ben de Jong - Jan Boekelman
Invaller Jan Boekelman trof Ben achter de witte stukken. Ben koos (zoals wel vaker met wit) voor een gesloten stelling, waarna Jan maar moest bewijzen dat hij op papier de betere schaker is. Dit kwam dan ook wel langzaam op het bord tot uitdrukking. Jan verhoogde de druk op de witte stelling en zorgde voor kleine problemen. Uiteindelijk werd er gekozen voor een afwikkeling met pionwinst. Echter, er ging iets meer hout in het doosje dan Jan wellicht gewild had, want het uiteindelijke toreneindspel met 3 pionnen tegen 2 pionnen zag er erg remiseachtig uit. Een witte h-pion tegen een zwarte f-pion en een witte a-pion tegen een zwarte h- en g-pion. De achterblijvers aan de bar werden dan ook verrast door de plotselinge binnenkomst van Jan met het volle punt op zak. Blijkbaar liet Ben een torenruil toe, met direct een gewonnen eindspel als gevolg. Jan had hiermee ook gezorgd voor de matchpunten en kon dan ook opgelucht aan zijn welverdiende biertje beginnen. (4,5-2,5)

Bord 5: Jan Seeleman – Max Merbis
Max moest dus als laatste voor een punt strijden. Hij kreeg van Jan Seeleman een Italiaanse partij voorgeschoteld en was net met een gelijk stelling uit deze opening gekomen, toen Jan zich ineens lelijk vergreep. In onderstaande diagram heeft zwart net een paard geslagen op d4.

Seeleman - Merbis na 17...Pxd4

Jan moet nu eerst op d7 ruilen, maar miste de voortzetting van zwart, sloeg a tempo met zijn dame terug op d4 en zag na 18…Da5 zijn witveldige loper in het doosje verdwijnen. De afronding van Max was niet optimaal, maar de winst kwam met een sterk loperpaar eigenlijk nooit meer in gevaar. (5,5-2,5)

Zo eindigde de match tussen HWP1 en HWP2 toch uiteindelijk in een ‘normale’ uitslag. Enno en Ben hadden wellicht voor een extra bordpunt kunnen zorgen, maar de matchpunten zijn voor HWP1 deze avond niet echt in gevaar geweest. In februari wacht ons mede koploper Kennemer Combinatie 1, die nu blijkt ook de 4e ronde nipt gewonnen heeft en net als HWP1 nog zonder puntverlies is.

Reacties (1)


Ardjan
23 december 2019, 0.51

Leuk verslag, en samen met dat van Sjoerd een heus duo-verslag! Het vult elkaar mooi aan. En gelukkig geen steek laten vallen tegen het gevaarlijke HWP2.