Blunderfestival bij Kennemer Combinatie N4 - HWP N5: 3-3

Richard Fritschy | |   HWP N5 |   4 reacties

De plaatsingscommissie van HWP heeft wel wat op haar geweten met de omwisseling van het Vijfde en Zesde in het huidige seizoen 2019/2020. De wond is nog lang niet geheeld en Hans Huson lijdt aan fantoompijn. Blijkens zijn verslag van deze maand verkeert hij nog steeds in de veronderstelling in het Vijfde te spelen. Sterkte, Hans, met het herstel!

Dat Vijfde weet de interne promotie overigens niet op waarde te schatten. Als enige HWP-team verschijnen er geen wedstrijdverslagen van. Dat moet voortaan toch echt anders, heren! En om het goede voorbeeld te geven volgt nu het eerste verslag van een invalredacteur.

Ik was opgetrommeld als invaller in het Vijfde - heus, Hans, het Vijfde en niet het Zesde(!) - en bij binnenkomst in de speelzaal wist ik meteen weer waarom ik zo'n hekel heb aan uitwedstrijden. In de toch al sfeerloze ruimte werd onze competitiewedstrijd gespeeld plus één interne partij van twee verdwaalde Kennemers. Dat was alles. Het maakte een wat troosteloze indruk.

Gelukkig viel er aan de borden wel het een en ander te beleven, want het werd een enerverende en rare wedstrijd. Maar liefst drie partijen werden in gelijkwaardige stelling met een kapitale blunder beëindigd. Waar zie je nog zoiets?

Jeroen Meulendijks toonde zich een waardig teamleider. Vanuit de opening overspeelde hij zijn tegenstander. Die verloor al snel een pion, kon niet rokeren en werd vrij snel van het bord gedrukt. (Als u wilt weten welke opening werd gespeeld, moet u niet bij mij wezen. Ik beheers geen openingstheorie en trouwens ook niet die van het midden- en eindspel. Ik ben al blij dat ik -in tegenstelling tot Lodewijk Prins- een paard van een loper weet te onderscheiden).

Maar het kon nog sneller. Martin Steinhart was inmiddels met de staart tussen de benen verdwenen. Wat er gebeurd was, weet ik niet, maar het moet iets geks zijn geweest, want de partij leek in evenwicht. Het zou mij niet verbazen als ook hij een blunder heeft begaan, waarmee het aantal blunders in de wedstrijd zelfs op vier in plaats van drie zou uitkomen.

Bij kopman Klaas Been kwam een ingewikkelde stelling vol wederzijdse dreigingen op het bord.  Juist toen de spanning lekker begon op te lopen, ging zijn jeugdige tegenstander in de fout. Hij deed een paardzet, merkte onmiddellijk wat hij aanrichtte en nam zijn zet van schrik weer terug. De arme jongen was ernstig van slag. Klaas moest hem erop wijzen dat terugzetten nog steeds niet mag. Bleekjes incasseerde hij zijn verlies, waarmee wij op een 2-1 voorsprong kwamen.

Dat leek een riante stand, want ook mijn partij verliep voorspoedig. Willens en wetens liet ik met wit in de opening een dameruil op d1 toe, waardoor mijn koning op dat veld kwam te staan. Dat zag er riskant uit, maar was het niet, omdat mijn tegenstander met een lelijke dubbelpion werd opgezadeld en ik actief spel kreeg. Ik moest nog wel hard werken, maar  deed mijn plicht: 3-1.

Wat kon er verder nog mis gaan, want een halfje uit de laatste twee partijen zou toch wel lukken? Mooi niet!

De belevenissen van Rens Zuiderveld mocht ik van nabij maken. Het was me weer wat. In een gelijkwaardige stelling bood Rens drie keer kort na elkaar remise aan, waarop zijn tegenstander in woede ontstak. Met een rooie kop zette hij de klok stil en haalde de scheidsrechter erbij. Tot mijn verbazing richtte zijn woede zich niet eens zo zeer op het herhaaldelijk remiseaanbod, maar op iets anders: "Hij biedt nu al drie keer op een onjuiste manier remise aan!". Rens begreep er niet veel van en ik evenmin, want spelregelkennis blijft een zwak punt van veel schakers. De scheidsrechter maakte ons duidelijk hoe het volgens de reglementen moet: eerst een zet doen, dan de zet noteren mét een aantekening van remise, vervolgens remise aanbieden en dan pas de klok indrukken. Mijn hemel, het is me wat en ik ben er zeker van dat heel veel schakers het zo niet doen. Rens liet het allemaal stilletjes over zich heen komen, maar gaf even later misschien door al het gedoe pardoes een stuk weg. Dat was 3-2. Een lelijke tegenvaller.

Maar niet getreurd. Een half punt in de laatste partij zou voor ons voldoende zijn voor de winst en daar moest Ger Dekker voor gaan zorgen. Die had het reuze gezellig met zijn tegenstander. Hij stond wel een pion achter, maar de stelling leek zeer wel houdbaar. Dat was ook zo tot het moment dat hij geheel in stijl van de wedstrijd een stuk wegblunderde. We moesten het dus met een 3-3 gelijkspel doen.

Een wedstrijd om snel te vergeten. Niet echt een verslag waardig.

Reacties (4)


Jeroen Meulendijks
23 december 2019, 10.55

Top verslag Richard, dank! Inspireert ons weer om een volgende keer ook een verslag te maken!

 
Koos Stolk
20 december 2019, 14.45

Hoi Richard,

 

Die wedstrijdleider weet er niets van. De regel is:

1. zet doen

2. remise aanbieden

3. klok indrukken.

 

Dat je remise moet noteren klopt, maar dat mag je uitstellen tot vlak voor je volgende zet.

Bij noteren is de regel: je mag pas een zet doen als je eigen vorige zet genoteerd is.

 
Richard Fritschy
20 december 2019, 21.37

Arme Rens, hij deed het dus waarschijnlijk helemaal goed!

 
Adrie Pancras
19 december 2019, 21.33

Hoho Richard. Lodewijk Prins kon wel degelijk een paard van een loper onderscheiden. Zo lees ik vanaf bladzijde 13 van zijn werk "leer schaken" (negende druk) een correcte instructie wat een loper vermag (zijn vier regels samengevat: die gaat schuin) en hoe een paard springt. Over hoe het paard springt, heeft hij wel vier bladzijdes nodig.

 
Richard Fritschy
19 december 2019, 23.19

Ik refereerde natuurlijk aan Jan Hein Donner. In aanloop naar een match met Lodewijk Prins om het Nederlands Kampioenschap schreef Donner, dat die match voor hem eigenlijk al gewonnen was , want "Lodewijk Prins kan nog geen paard van een loper onderscheiden".

 
Frank Beverdam
19 december 2019, 12.41

Mooi verslag, Richard. Overigens staan op de NHSB-site alle uitslagen verkeerd om.