CS Zandvoort 2- HWP5: Boinggggg....

Jaap Rotte | |   HWP N5 | 1

Op vrijdag 2 november mocht HWP5 aantreden tegen het tweede van Zandvoort. We wisten, op basis van de ratings, al dat dit team behoorlijk sterk moest zijn, althans duidelijk sterker dan wij. En dat bleek ook wel. Ze verkochten ons een behoorlijke dreun: 4-2.

Wie wel eens een stripverhaal leest of heeft gelezen, weet het. Tekening en tekst moeten elkaar zoveel mogelijk ondersteunen. Als de tekening iets lawaaierigs laat zien, moet dat ook uit de tekst blijken. Bij pistoolschoten, in het betere cowboyverhaal, of een aanrijding, laat de tekenaar bijvoorbeeld nog wat rookwolken zien. De tekst maakt het gebeuren duidelijk met allerlei fantasiewoorden. Hoewel schaken misschien niet zo film- en stripgeniek is, vroeg ik mij af hoe een stripverhaal onze belevenissen, en vooral onze gevoelens, in Zandvoort zou laten zien. De Zandvoorters hebben ons namelijk een behoorlijke dreun verkocht. Misschien zou er wel iets bij staan als Boinggggg, om aan te geven dat de dreun na afloop nog wel even voortduurde….

Als ik het wel heb, was invaller Richard Fritschy, aan bord 6, met zwart, als eerste klaar. Het slechte resultaat van Basman in de Haarlemse Meesters weerhield hem er niet van om e4 met g5 te beantwoorden. Deze opening is natuurlijk allang weerlegd, maar volgens Richard op zijn niveau best speelbaar. Alleen speelde hij niet nauwkeurig. Gelukkig verslikte zijn tegenstander zich in een pionoffer, waardoor diens koning aan de wandel moest en Richard óók nog een stuk tegen een pion voor kwam. Deze gewonnen stelling verprutste Richard echter door een domme loperzet. Dat leverde een moeilijke keuze op: een volle toren offeren voor behoud van aanvalskansen of het stuk teruggeven in een slechte stelling met een pion minder. Na heel lang nadenken - wat kost dat toch een energie - koos Richard met verlies van de toren voor de onoverzichtelijke aanval. En het werkte. De vijandige koning kwam zwaar onder vuur te liggen en overleefde het niet.  Een lekker potje cafeschaak dat niet meer dan 26 zetten duurde. Het betere gooi- en smijtwerk dus, misschien zelfs stripverhaal waardig.

Jan Willem van Thiel had aan bord 5 een tegenstander uit Haarlem. Op Jan Willem’s d4 antwoordde hij f5. Zijn tegenstander legde na afloop uit dat dat ‘Hollands’ was, een opening die Jan Willem in elk geval niet kende. Maar gelukkig, over de zesde zet moest Jan Willem’s tegenstander lang nadenken, kennelijk wist hij het zelf ook niet. Gevolg: na 12 zetten had Jan Willem nog meer dan een uur, de tegenpartij  minder dan een half uur tijd over. Er stond een moeilijke stelling op het bord waarin alleen de damelopers waren geruild. Zwart stuurde op herhaling van zetten aan en bood remise aan. Jan-Willem keek naar drie voortzettingen, maar besloot de remise aan te nemen omdat ze geen van drieën beter leken. Bij de gezamenlijke analyse achteraf leken 2 van de 3 dubieus,  nummer 3 had een klein voordeel betekend in overigens materieel nog gelijke stelling.

Gerko Vos speelde aan bord 4, met zwart, tegen Ton van Kempen. We kennen Ton als HWP-er, maar hij is ook mede-oprichter geweest van CS Zandvoort, dus daarvoor komt hij extern uit. Gerko was achteraf niet zo tevreden. In zijn partij was een Scandinavische opening op het bord gekomen. In het middenspel kwam Gerko flink onder druk te staan en moest het ergste vrezen. Een wat tamme zet van Ton gaf Gerko echter de gelegenheid de zware stukken te ruilen. Er bleef toen een stand met gelijke pionnen en ongelijke lopers over. Een half punt was het hoogst haalbare, volgens Gerko. Geen hoogdravend gevecht, maar een slappe remise.

So far, so good. We stonden tijdelijk voor, met 2-1. Maar aan de drie eerste borden zag het er voor HWP niet goed uit. Rens Zuiderveld aan bord 3 leek, als ik zijn woorden goed begrepen heb, in een Gruenfeld beland te zijn. Wat ik van zijn partij zag, zag er redelijk uit, met een doorgeschoven d-pion voor Rens. Maar Rens vertelde later dat hij een pion achter was geraakt - kennelijk die voorpost -  en dat kostte ‘m uiteindelijk de partij. Huub Elzerman aan bord 2 kwam redelijk uit de opening, maar zette vervolgens zijn dame in een penning. Tja, redding was alleen mogelijk door het weggeven van een kwaliteit: toren tegen een loper, zonder enige compensatie. Zijn tegenstander buitte zijn lichte overwicht vervolgens bekwaam uit.

Zelf zat ik aan het eerste bord, maar ik was uiteindelijk als laatste klaar. De partij mondde al snel uit in een Franse doorschuifvariant, met een zwarte loper op g6. Ik richtte mij teveel op verdedigen van mijn centrum. Toen ik omstreeks de vijftiende zet een penninkje over het hoofd zag, kostte mij dat niet alleen een pion, maar zakte ook mijn stelling als een plumpudding in elkaar. Hier had een striptekenaar wel iets van kunnen maken. Maar ik niet. Het enige dat ik nog kon doen, was verdedigen, in de hoop dat mijn tegenstander een foutje zou maken. Dat deed hij niet. Wel manoeuvreerde hij erg voorzichtig. Het gevolg was dat ik het tot ongeveer 60 zetten nog kon volhouden, maar toen moest ook ik de koning omleggen…

Eindstand 4-2. Dat viel dus niet mee, niet in cijfers, en niet voor het gevoel. Nogmaals, we wisten dat de Zandvoorters sterker waren dan wij. Maar als dan eenmaal de strijd gestreden is en je verloren hebt, voelt dat toch even niet lekker. Ach, laat ik er maar over ophouden en het stripboek dichtslaan. Volgende keer doen we het gewoon beter. Niet dat ik op de volgende wedstrijd vooruit wil lopen, hoor. Maar hoe zou je een schaakoverwinning in beeld moeten brengen?

Reacties(1)


Gerko Vos11-11-2018, 11:30

Het zal vast al eens getekend zijn: zittend op een (schaak)paard met een slagzwaard in de hand en de vijandelijke koning omgelegd!


Stemmen:0
 

Aantal waarderingen:0