Bikkelen met Bart (3)

Bart Gijswijt | |   Algemeen | 2

We moeten het in deze rubriek nog hebben over geluk. Zonder dat vaart niemand wel, en ik durf wel te stellen dat voor gewone stervelingen als ik meesternormen überhaupt niet mogelijk zouden zijn.

De meest in het oog springende gelukstijding vond plaats in ronde 5, toen Esper van Baar in een moeilijke maar duidelijk betere stelling een enorme bok produceerde en onmiddellijk kon opgeven:

42.Tb1?? Dxb1+ en wit kon een illusie armer huiswaarts (na 43.Kb1 Pc3+ wint zwart de dame terug).

Zo'n blunder staat zelden op zich, en je zou kunnen zeggen dat de voortekenen eerder in de partij al zichtbaar waren. Na een mislukte opening kwam ik al snel hopeloos slecht te staan.

Laat ik er verder geen misverstand over bestaan: Esper had hier genadeloos kunnen toeslaan met 21.h6, een zet die je waarschijnlijk als eerste overweegt als je de stelling voor het eerst ziet. Had hij dit gewoon gespeeld, dan had het volgende betoog nergens op geslagen, maar dan had ik überhaupt geen norm gehaald en had u deze onzin ook niet hoeven lezen.

Welnu, de realiteit was dat de witspeler er niet in viel bij de diagramstelling, maar de stelling gedurende twee uur had zien ontstaan. En hoewel zwart objectief verloren staat na het roekeloze 20...0-0?, rook ik juist voor het eerst die middag kansen als wit niet zorgvuldig zou spelen.

Zo mijmerde ik over de mogelijkheid om 21.c3 te beantwoorden met 21...Pc5!?, omdat 22.cxb4 dan faalt op 22...Pb3+ 23.axb3 Ta6 mat!

Het is een irrelevante variant, maar zeker na een hopeloze opening kun je er enorm veel moed uit putten, en omgekeerd weet je hoe bij de tegenstander de schrik om het hart kan slaan als hij na tien minuten nadenken plotseling zoiets ontdekt terwijl hij daarvoor volledig in control was. Ik ben ervan overtuigd dat een dergelijke dynamiek regelmatig van invloed is op het spel van beide spelers; niet voor niets is wederzijdse schaakblindheid geen zeldzaam fenomeen.

Of Esper in paniek was weet ik niet, maar hij had in ieder geval niet de rust om te zien dat zwart na Pc1 geen enkel aanknopingspunt voor zijn aanval zou hebben. Had hij zichzelf daarmee gerust kunnen stellen, dan was hij vanzelf weer aan zijn eigen aanvalskansen gaan denken en had hij eenvoudig gewonnen.

Er volgde 21.a3? Ta6!

met een soortgelijk motief: na 22.axb4 Pc3 is het mat.

Ik heb de indruk dat Esper dit niet gezien had, en daarom is het knap dat hij de enige verdediging vond: 22.Pc1!. Nu was het mijn beurt om op zoeken te gaan naar de beslissende klap. Ik kwam niet verder dan 22...Pc3 23.Pa2 Pxa2 24.Kxa2 Dxc4+ 25.Ka1.

Puur omdat ik hier het gevoel had al iets gemist te hebben - in werkelijkheid had ik de beste zetten gespeeld - was ik hier niet geconcentreerd en speelde ik veel te snel 25...Pc6?? - de terugzet 26.Lf1 compleet missend, waarna wit opnieuw gewonnen staat. In plaats daarvan had 25...d3! 26.cxd3 (26.Dd2 is beter) Dd4! met de dodelijke dreiging Txa3 waarschijnlijk beslissend voordeel opgeleverd.

In het vervolg stond wit voortdurend beter tot gewonnen, maar de partij was al een foutenfestival en dus was het zaak om complicaties te blijven zoeken. In de bovenste diagram, vlak na de tijdcontrole, staat wit objectief nog steeds beter, maar had ik allang het gevoel voor drie resultaten te spelen. Wit kan zoveel verkeerd doen dat het in deze partij niet eens zo heel verwonderlijk was dat het onmiddellijk gebeurde.

 

Ook tegen de Belg Lennert Lenaerts had ik over geluk niet te klagen: nadat ik met zwart volkomen gelijk uit de opening was gekomen werd ik geleidelijk weggespeeld in een eindspel. Niet mijn favoriete bezigheid, passieve stellingen verdedigen tegen spelers die minstens net zo goed zijn als ik, maar ook hier geldt:

Tip: blijf altijd alert op je eigen kansen; als die er niet meer zijn, kun je opgeven.

In lijn hiermee was in onderstaande stelling opgave nabij: wit brengt zijn koning naar h6, pion naar g7 en loper naar h7, waarna zwart zijn koning eeuwig op f7 wil houden en zijn paard op e7, maar de FIDE dat niet toestaat.

Tijd voor een ultieme poging: 40...Pc6! - en ja hoor: 41.Kh6? Pxd4 42.g6 Pc6 43.g7 Pe7 44.Kh7 Kd6 (nu pion d4 verdwenen is, kan zwart een stuk geven) 45.g8D Pxg8 46.Kxg8 Kc5

en zwart kon eenvoudig de laatste witte pion elimineren.

Het is niet zo makkelijk te zien dat wit wel wint na 41.g6! Pxd4 42.g7 Kf7 43.Kh6 Pc6 en nu zou 44.Kh7 of 44.Lh7 niets uithalen vanwege 44...Pe7, maar wit heeft hier 44.Lg6+! en wint.

Ook dit had makkelijk kunnen gebeuren, en ook dan was de meesternorm ver weg geweest. Al het bovenstaande is misschien ook een antwoord voor de clubgenoten die zich afvragen waarom ik voor de externe gewoon allemaal nullen blijf scoren...

Reacties(2)


Bart Gijswijt21-11-2018, 19:43

Klopt Indra, ...Pc3 was ook een zet. Maar in het ergste geval kan wit alles ruilen op c3 na bijvoorbeeld 22.Df3 (De5 schijnt ook te kunnen met het idee dat na axb4 Ta6 Da5 mogelijk is) Ta6 23.Pxc3 dxc3 24.Dxc3 Dxc3 25.bxc3 Txa3 26.Kb2.


Zwart moet altijd én Pc3 én Ta6 spelen. Daarom is Ta6 sterker omdat dat de extra dreiging Pxb2 met zich meebrengt.


Stemmen:0
 
Indra Polak22-11-2018, 9:27

Ah ja je kan natuurlijk nooit op b1 nemen, je krijgt wel een toren maar je geeft de koning een nuttig vluchtveld :( dus Pc3 is geen dubbele dreiging.


Stemmen:0
 
Indra Polak21-11-2018, 9:51

Ik dacht in die stelling ipv Ta6 misschien 21. ... Nc3 ook kon? Dreigt Ne2 en Nxb1 en Nxc3 dxc3 zag er ook niet fris uit (dame kan steeds niet geslagen worden) en bxc3 Da3 mat. Dus dan heeft wit niet de verdediging Nc1 meer. Maar ik heb vast iets gemist...


Stemmen:0
 

Aantal waarderingen:0